Inloggen

biografie: Arjen Duinker

 

Arjen Duinker (Delft, 1956), werd vanaf zijn debuut meteen al beschouwd als een opmerkelijk talent, maar met elke nieuwe bundel lijkt meer en meer tot de critici door te dringen dat hij een van de belangwekkendste ‘jongere’ dichters in Nederland is.

Duinker maakte van 1982 tot 1986 samen met de dichter K. Michel de ‘literaire circulaire’ Aapnootmies, waarvan dertig afleveringen verschenen. In 1988 debuteerde hij solo met de bundel Rode oever, die tot nu toe gevolgd werd door vier bundels poëzie (waarvan één bibliofiele) en een roman.

Duinkers werk is vanaf het begin zeer consistent, zowel wat inhoud als vorm betreft. Het is speels, geestig, diepzinnig op een aangenaam onnadrukkelijke manier, het maakt nauwelijks gebruik van metaforen, verraadt een afkeer van abstracties en een liefde voor concrete details en stijlfiguren als herhaling en opsomming. Zijn regels zijn overwegend kort en van een verbluffende helderheid – een helderheid die vaak ook een fascinerende raadselachtigheid in zich draagt. Zijn stem is doelbewust ‘een kale stem’, zoals hij zelf in een van zijn gedichten schrijft. Meer dan met enig Nederlands dichter uit het verre of recente verleden, lijkt Duinker zich – vooral in zijn eerste bundels – verwant te voelen met de Portugees Fernando Pessoa.

‘Ik heb nog nooit iets begrepen’ schrijft hij in Rode oever. En in Losse gedichten staat: ‘Ik zie eruit als degeen voor wie elk weten een verzinsel is.’ Verbazend is het dan ook niet dat de criticus Koen Vergeer Duinker in een bespreking van zijn bundel Het uur van de droom onderbrengt in de ‘generatie van de verwondering’. Tot deze generatie behoren volgens Vergeer ook Tonnus Oosterhoff, K. Michel en Elma van Haren, dichters die het niet zozeer te doen is om persoonlijke ontboezemingen of meeslepende lyriek; hun gedichten brengen hun verwondering over de schoonheid en de absurditeit van het alledaagse tot uiting.

Hoe dit ook zij, Duinker lijkt eropuit de werkelijkheid om hem heen los te zien van alle in onze cultuur voorhanden werkelijkheidsopvattingen, los van iedere haar interpreterende blik, en haar weer te geven in al haar sprankelende gedetailleerdheid, kleurigheid en toevalligheid. Hij wil kijken zonder vooropgezette kaders en schrijven zonder literair-theoretische uitgangspunten. Dit leverde als laatste hoogtepunt het indrukwekkende, 41 pagina’s tellende gedicht ‘De uren’ op, waarin de dichter aan de rand van een plein toekijkt naar wat er zich allemaal afspeelt: ‘een feest van details die ter zake zijn / en een voor een betrouwbaar.’

Arjen Duinker kreeg 23 april 2005 de jaarlijks uitgereikte VSB-poëzieprijs voor zijn bundel 'De zon en de wereld'.