biografie: Erik Spinoy
(Aalst, 1960) is een denkende dichter die zich, waar het denken ophoudt, beroept op poëzie en taal. Als denker is hij geïnteresseerd in de grenzen van het kennen, en als dichter vraagt hij zich af of de poëzie die grens misschien zou kunnen slechten.
Het gaat in Spinoys poëzie steeds om de verhouding tussen mens en werkelijkheid. Wie de werkelijkheid wil weergeven, ontkomt niet aan de leugen en het bedrog van de eigen vooringenomenheid: om de werkelijkheid te representeren moet ze tegelijkertijd ontmaskerd worden. Door haar te spiegelen aan die van een ander, bijvoorbeeld.
Filosofie en literatuur zijn voor Spinoy elkaar overlappende domeinen. Het gedicht is geen weerspiegeling van iets dat al bestaat maar creëert zelf nieuwe betekenis en stelt dat proces van betekenisgeving centraal.
Spinoy beschouwt de taal als een instrument waarmee je, tegen beter weten in, kunt proberen te ontsluieren wat niet ontsluierd kan worden. Spinoys poëzie is vol van weelderige klankrijkdom en dubbelzinnige betekenissen. Ze getuigt van de sympathieke neiging tot het bewaren van mooie woorden die in onbruik dreigen te raken en van een fascinatie voor orakeltaal. Maar nooit gaat de rem helemaal los. Spinoy schrijft beheerste en ironische poëzie, zoals je dat van een denkende dichter verwachten kunt.
Poëzie maakt het denken lichter, zou Spinoys adagium kunnen zijn. ‘Ons past bescheidenheid tegenover het mysterie van het zijn,’ zegt hij in een interview, ‘maar wat klinkt dat verschrikkelijk zwaar. Dat wil ik in mijn gedichten niet.’
Inzendingen van deze schrijver
7 resultaten.
wisgedicht
2.2 met 4 stemmen
0 Ons past bescheidenheid tegenover het mysterie van het zijn. Wat klinkt dat verschrikkelijk zwaar.
Laat ik het anders zeggen: je hebt een omgang met de dingen die gevoelsmatig is, die je niet onder woorden kunt brengen. Datgene waar je het over hebt, ontsnapt op het moment dat je ernaar reikt.…
Een ding gestand doen is
wisgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd.
0 Een ding gestand doen is
jezelf beliegen. Van een pop, een beeld,,
een torso luidt de saaie waarheid dat
ze dood zijn. Al wat meer lijkt
is verguldsel uit de smidse
van je ogen en verfraaiing door je
geest vol kinderleugens. Maar soms -
het duurt niet lang, je moet jezelf
verschalken - maak je geen onderscheid
meer tussen schijngestalten…
De wind, de eindeloze wind
wisgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd.
0 De wind, de eindeloze wind
waait waar hij wil
danst op een esdoornblad
smijt schepen heen en weer
vermaakt zich met een zwaluw
legt zich doodmoe neer
opeens.
Wat hij, zijn waaien
te betekenen heeft?
Verkeerd, aan dit adres!
---------------------------
Uit: 'Boze Wolven', 2002.…
Een wolf
wisgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd.
0 Een wolf
is als een huis
waarin twee gaten gapen:
een gat
waar nooit een voordeur zat
de holte
van het keldergat.
Door lege ramen kruipt
klimop en wingerd binnen
en neemt kamers in bezit.
In kelders huist
het ongewervelde
en draait en draait
zijn blinde cirkelgang.
-------------------------
uit: 'Boze wolven', 2002.…
Wat die witte dan wel
wisgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd.
0 Wat die witte dan wel
zeggen wou?
wat zegt vuurwerk
hoogtevrees
een hartaanval?
Als zaaier zaait ze
maanzaad
in u uit.
Als beker lest ze dorst
met ongewone wijn.
Als brandglas steekt ze
kaarsen aan die
onvoorzien
in andere gaan
ontbranden.
----------------------------------------------
Uit: 'Boze Wolven', 2002.…
Van ver
wisgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd.
0 van buiten komt het
en omvademt ons
zoals een ongeziene
hallucinogene mist die
ademtocht na ademtocht
zich afzet, condenseert
en druipsteen vormt
totdat een samenstel ontstaat
dat als vanzelf
de plaatsen kiest
waarheen gehoorzaam
onze allersnelste voeten gaan
tot ze ijkoud en dan
van marmer zijn.
-------------------------------…
De triestigheid 's avonds
wisgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd.
0 Ontstaat een ritselen en geknaag.
Een roetkraai ruimt het stoppelveld.
De haagbeuk heeft zich opgemaakt.
De tuin ligt als een laken
kaal.
Op donkere velden brandt het loof.
De toren geeft de uren aan en wind
bevoelt haar jurk. De rug buigt
als een hazelaar.
Een hand omsluit een hand, een berm
rijst op. Met reeds ontstoken lampen
rijdt…