biografie: Jacob Cats
1577-1660
Jacob Cats (Brouwershaven 1577 - Den Haag 1660)
Cats werd in 1577 in Brouwershaven (Zeeland) geboren. Hij overleed in 1660 in het huis in Den Haag dat we nu het Catshuis noemen.
Cats was een bemiddeld man. Hij genoot veel aanzien: hij heeft het hoge ambt van Raadpensionaris van Holland bekleed. Zijn grootste bekendheid kreeg hij door zijn voor iedereen toegankelijke gedichten.
Enkele voorbeelden van zegswijzen die aan Cats’ werk zijn ontleend zijn:
Al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding.
Het puntje van mijn gauwe pen is ‘t felste wapen dat ik ken.
Ooit was hij zeer populair, men spreekt zelfs wel van ‘Catsbijbel’ - zijn (sterk moraliserende) werk werd in vele gezinnen aan tafel voorgelezen. Wat nu nog van waarde is zijn zijn verhalen op rijm als Het Spaens Heidinnetje en zijnde emblematabundel: Sinne- en Minnebeelden.
[Een emblematabundel is een dichtbundel met illustraties; de tekst is vaak nogal prekerig.]
Inzendingen van deze schrijver
19 resultaten.'t Neemt toe, men weet niet hoe
wisgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd.
0 Laatst ging ik in de hof, daar schreef ik op een linde,
Ik sneed in een pompoen de naam van mijn beminde;
Het schrift was eerstmaal teer*, men zag daar anders niet
Als dat het groen gewas beschreidde mijn verdriet:
Maar als* ik naderhand hier weder kwam getreden,
Toen stond ’t uitgepuild* al wat ik had gesneden;
Dies* riep ik…
't Vlucht, krijgt 't lucht
wisgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd.
0 Waar dat de Maagdom ligt, ging Els haar voedster* vragen,
De min* dacht, zeg ik 't niet, zij mocht daar van gewagen
Aan Ritsaart, dat's een boef, die zou 't haar doen bescheid.
Dies sprak zij, neem dees doos, hierin de Maagdom leyt,
(In 't dooske zat een vink.) De min was nauw vertogen,
De doos was op-gedaan, de vogel uitgevlogen…
’T ZIJN STERKE BENEN, DIE WEELDE DRAGEN
wisgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd.
0 Wanneer het ijzer gloeit te midden in de kolen,
Bevochten van de vlam, en in het vuur verholen,
Dan buigt het als een was, maar raakt ’t in het nat,
Straks* heeft 't wederom zijn harde aard gevat*.
Hoe dwee* is ons de ziel, wanneer gewisse* slagen
Ons treffen aan de geest, of in de leden plagen!
Wij leven naar de tucht zo lang de roede slaat…
De netten van de spin
wisgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd.
0 De netten van de spin, die in de vensters hangen,
En kunnen maar alleen de kleine muggen vangen:
De wespe met de bij, en al wat hoger zweeft,
Maakt dat het broze rag op hen geen vat en heeft.
Wat kan een moedig hart zijn goede weg beletten?
Al wat de wereld spint en zijn maar boze netten.
En acht, o waarde ziel! en acht geen losse waan,
De…
LAAT UW LICHT SCHIJNEN ONDER DE MENSEN
wisgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd.
0 Vrienden, het zijn nutte zaken
Dat er aan het dorre strand
Staat een hoog, een vurig baken,
Dat gehele nachten brandt.
Want als iemand komt gevaren
Midden uit de woeste zee
Midden uit de stoute baren,
’t Wijst het schip een goede ree.
Dit is recht het eigen wezen
Van een vroom en achtbaar man
Die ten Hemel-waarts gerezen,
Voor een baken…
IS ’T OOG VERRAST, ’T BEEST IS IN LAST
wisgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd.
0 Beziet, het moedig dier de Leeuwe staat gebonden,
Omdat men zijne aard ten leste heeft gevonden:
Ach! Sampson is gevat, omdat zijn machtig haar
Werd, door een ontrouw wijf, zijn vijand openbaar.
Wil iemand in der haast zijn vijand overwinnen,
Die lere zijne grond en aangeboren zinnen.
Want zo hij dat geheim ten volle weten kan,
Daar is geen…
WAT HANGT HIJ AAN EEN ANDER MAN
wisgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd.
0 Dank hebt, o wijngaard, oude stam,
dat ik een reis zo verre kwam
Dat ik mijn eigen wortel had,
En zoog voortaan mijn eigen nat.
Nu wil ik naar een ander dal,
Waar ik mijn eigen wezen zal.
De vrijheid is te grote goed,
De vrijheid is te wonder zoet:
Wat hangt hij aan een ander man,
Die van zijn eigen leven kan?…
ZOUT HOUDT
wisgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd.
0 Als de slakke komt gekropen,
Hier en ginder, door het huis,
’t Is al met haar slijm bedropen,
Niet een kamer blijft er kuis;
Maar de middel is te vinden
Om het vuil, het lelijk ding,
Op te schorsen, in te binden,
Dat het niet te ver en ging:
Men behoeft maar zout te krijgen
Dat men op zijn leden strooit,
Straks zo zal het neder zijgen,
Als…
HET MINNEN IS EEN ZELDZAAM SPEL
wisgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd.
0 Het minnen is een zeldzaam spel,
Het brengt de mensen in gekwel,
het is een los en loze vond',
het is een wezen zonder grond.
Al wat men aan de vrijers raadt
dat dunkt de jonkers enkel kwaad,
doch wat hun afgeraden werd
daarhenen wil hun grillig hert.
En wat men zo een linker biedt,
dat wil hij toch zijn leven niet;
en wat hem niet gebeuren…
Een rijk van dwang en duurt niet lang
wisgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd.
0 Als de most*, te nauw bedwongen,
Lijdt en worstelt, lijdt en zucht,
Zonder adem, zonder lucht,
Zie, dan doet hij vreemde sprongen;
Zie, dan riekt de ganse vloer
Naar de dampen van de moer*:
Alle banden, alle duigen,
Die het vrij, het edel nat
Hielden in het enge vat,
Moeten wijken, moeten buigen
Voor de krachten van de wijn,
Hoe geweldig…
VRIJT, WAAR JE ZIJT
wisgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd.
0 Daar is een vis van ouds bekend,
Die blijft niet in zijn element;
Want als een visser, of zijn maat,
Op deze vis uit vissen gaat,
Zo neemt hij nooit een listig net,
Hij neemt geen loze fuiken met,
Maar zet een fakkel op de snuit
Van zijn bedriegelijke schuit,
En komt zo vletten op de stroom.
Daar krijgt de vis een minne-droom;
Want als hij…
Niet en kan er beter passen, als dat 't samen is gewassen
wisgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd.
0 Il n’y a que les premiers amours*
Als van twee gepaarde schelpen
D’ ene breekt, of wel verliest,
Niemand zal u kunnen helpen
Hoe men zoekt, hoe nauw men kiest
Aan een, die met effen randen
Juist op d’ ander passen zou.
D’ oudste zijn de beste panden,
Niet en gaat voor d’ eerste trouw;
D’ eerste trouw, die leert het minnen,
D’ eerste…
VOLWASSEN APPEL EN RIJPE PEER, ZIJGT LICHT TER NEER
wisgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd.
0 Indien je minnen wilt, en dat met korte zwieren,
En stelt u zinnen nooit op al te jonge dieren;
Te licht, helaas, te licht, en dikmaal op een sprong,
Wordt iemand daar gezeid: mijn dochter is te jong.
Een rijper dient u best, daar vrij je veel geruster,
Doch meest indien u lief nu krijgt een vlugge zuster:
Groen fruit is wonder taai, ’t en wil…
LAAT UW LICHT SCHIJNEN ONDER DE MENSEN.
wisgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd.
0 Vrienden, het zijn nutte zaken
Dat’er aan het dorre strand
Staat een hoog, een vierig baken,
Dat gehele nachten brandt.
Want als iemand komt gevaren
Midden uit de woeste zee
Midden uit de stoute baren,
’t Wijst het schip een goede ree.
Dit is recht het eigen wezen
Van een vroom en achtbaar man
Die ten Hemel-waarts gerezen,
Voor een baken…
NIEMAND IS TEVREDEN MET ZIJN LOT.
wisgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd.
0 Als het visje leit gevangen
Daar het nooit te voren lag,
Straks zo krijgt’et groot verlangen,
Om te wezen daar het plach;
Maar een ander, afgedreven
Van de Maas of van de Rijn,
Komt ontrent de fuike zweven,
En begeert’er in te zijn.
Wie heeft vreemder ding gelezen ?
Nooit en is de mens gerust,
Is’et niet een zeldzaam wezen ?
Niemand heeft…
NIET ZONDER VRAGEN.
wisgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd.
0 Gij wenst een echte Wijf, gij wenst te mogen trouwen,
Gij wenst (gelijk het schijnt) uw huis te mogen bouwen,
Gij wenst en anders niet. Maar lieve, zeg een reis,
Wie trouwt’er in de droom of in een dom gepeis?
Het vrijen eist verzoek. Geen Echo zalder kwelen
Dan als haar iemand vergt, en dat met luider kelen;
Wel, tijd dan aan het werk; want ziet…
wisgedicht
0.9 met 11 stemmen
0 De zee
maakt gedwee.…
wisgedicht
2.5 met 13 stemmen
0 Als apen hoge klimmen willen,
Dan ziet men eerst haar naakte billen.…
wisgedicht
2.5 met 8 stemmen
0 De nood die doet een oud wijf draven,
ook over sloot en over graven.…