biografie: Joannes Reddingius
1873 - 1944
[Deurne1873 - Bennekom 1944]
Joannes Reddingius was het broertje van de bekende sopraan Aaltje Noordewier-Reddingius.
Joannes Reddingius werd in 1873 te Deurne geboren in het landhuis Landzicht als zoon van predikant Wibrandus G. Reddingius (1841 -1875).
Het vaderloze gezin verhuisde eerst naar Helmond en in 1879 naar Arnhem. Beide kinderen gingen een bijzondere toekomst tegemoet. Het meisje Aaltje, de latere mevrouw Noordewier-Reddingius, zou een beroemd zangeres worden; Joannes, de jongen, zou als natuurdichter met zijn bundel ‘Johanneskind’ zich een naam in onze letteren verwerven.
‘Johanneskind’ verscheen in 1907: een tijd van idealisme en optimisme, van ‘rein leven’ en ‘opwaartse wegen’.
Reddingius' verzen waren vlot geschreven met melodieuze rijmen in de toen bewonderde strofenbouw met verkorte slotregel.
Zijn gedachten namen bij het klimmen der jaren een steeds hogere vlucht. De vrijmetselarij, de Oosterse godsdiensten, de antroposofie en het christendom hielden hem achtereenvolgens bezig.
Tot het uitbeelden en formuleren was de losse, zangerige taal van Reddingius, die zich aan grammatica en woordvolgorde weinig gelegen liet liggen, niet het meest geëigende instrument. Hij kwam in zijn laatste levensjaren tot rijmloze sonnetten. Een bundel hiervan ‘Uit de diepte’ verscheen na zijn dood met een voortreffelijke inleiding door Antoon Coolen.
Reddingius was tweemaal gehuwd.
Uit zijn eerste huwelijk met Sophia van Harlingen, dat van 1898 tot 1913 duurde, had Reddingius twee zonen en een dochter. Zijn oudste zoon Wibrandus G., genoemd naar zijn grootvader, was predikant te Vlieland, Den Haag, Dokkum, Semarang en Jogjakarta.
Joannes Reddingius hertrouwde in 1923 met Fanny Salomonson.
Zijn beide echtgenotes overleefden hem.
Reddingius stierf in Bennekom. Zijn vrienden vernamen pas na de bevrijding van zijn overlijden, omdat Reddingius bepaald had dat tijdens de bezetting zijn naam niet in een krant mocht verschijnen.
Werk:
Beeld en spel (1903)
Gedichten (1903)
Johanneskind (1907)
Vergeten liedjes (1909)
Cynthio (1910)
Een romantische jongen (1911)
Jeugdverzen (1913)
Regenboog (1913)
Morgenrood (1917)
Zonnewende (1917)
Zonnegoud (1920)
Licht (1923)
Egyptische zangen (1926)
- Tusschen twee werelden (1933)
Gestalten (1934)
Arbeid (1936)
Zarathustra (1939)
Heugenissen aan Idylle (1942)
- Uit de diepte (1946)
-
- Mevrouw Reddingius-Salomonson gaf in 1948 een bloemlezing uit zijn werk uit onder de titel 'De Speelman van Deurne'. Zij is zelf ook dichteres geweest.
Foto: De zus van Reddingius: Aaltje Noordewier-Reddingius
Inzendingen van deze schrijver
7 resultaten.Daar ginder, al over de heide
wisgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd.
0 Daar ginder, al over de heide
daar ging ik te morgen een gang,
mijn voeten liepen zo blijde,
zo blijde klonk mijn zang.
Doorzichtige wolken, ze gleden
en weken àl wijder en wijd,
àl schoonheid omhoog en beneden,
àl zomerheerlijkheid.
Hoog-open de lucht met het gouden
gewemel van het zonnelicht, fijn,
en rustig de wachtenden wouden
en…
KINDJE
wisgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd.
0 Kindje dat op blote voetjes
speelt uw spel van kiekeboe,
kom maar kindje, lach maar zoetjes,
help mij die maar denk en doe . . .
Kindje,
vrindje,
lach mij toe . . .
'k weet niet of ik U zal vinden,
'k weet niet waar, ik weet niet hoe,
Goede God, in 't stil-beminde
kindje leeft Gij, af en toe . . .
Kleine,
reine,
'k ben zo moe .…
Regen
wisgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd.
0 Regen, regen valt aldoor
Kletter, tik en tik ik hoor
Op de ruiten, buiten, buiten,
Regen zing uw zang en zing
In de vale schemering.
Tik eentonig liedje mij
Span een klein verdrietje mij
In het duister, fluister, fluister
Spin mij in uw toverkring
In de grijze schemering.
Regen, regen, maak mij stil,
Die opnieuw genieten wil
’t Lieve…
WIE HEEFT DE KLOK GELUID?
wisgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd.
0 Wie heeft de klok geluid,
wachter in ’t heidekruid,
woei door de najaarslucht,
zingend gerucht?
Fluistren de blaren nog, -
zeg het mij, zeg het toch,
woei hier muziek voorbij,
eindeloos vrij?
Zong hier een steen tot ons,
diep uit het klokkenbrons,
heb ik het goed gehoord,
klonk hier een woord?
Diep in mijn wezen leeft
liefde, die…
De witte wieven*
wisgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd.
0 Witte wieven dansen om en om,
hoor het ritme van het wilde zwieren
en 't geprevel van hun formulieren,
rond de heksenkom.
Dwepend trilt muziek van fluit bij fluit
van de loksters in het groen verscholen,
met het wieglend klagen van violen
wordend één geluid.
Nevel-bleke grijze dampen zijn
zwevend langzaam langs de dennenstammen,
vrouwen…
Mijn lieveken open je deurken en lach
wisgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd.
0 Mijn lieveken open je deurken en lach
en zend tot de zon je gebed,
en een vaas met een gele mimosatak
fijn-blij voor je vensterken zet.
Die zie ik van ver als ik zingende kom
al over de heide gegaan,
die zijn lijden vergeet en zichzelf niet meer weet,
nu een lente van liefde ving aan.
Zo wijd is de heide en de berken zo fijn,
ze blinken…
Eenzaam in duister
wisgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd.
0 Eenzaam in duister, sta ik en luister
regen op straat -
de dikke droppen, die rusteloos kloppen,
zijn aan de praat.
Zij vallen en springen omhoog en hun zingen,
melodisch en zacht,
is vreugd om te horen in dromen verloren
in windstille nacht.
Heel de omtrek is donker, geen sterrengeflonker
blinkt hoog in de lucht,
maar 'k hoor onder …