biografie: Kester Freriks

[Djakarta 1954 - ....]

Freriks debuteerde in 1979 met de verhalenbundel Grand Hotel Lembang. In 1981 verscheen zijn met de Van der Hoogtprijs voor literatuur bekroonde roman Hölderlins toren.
Van zijn hand verschenen voorts de romans Domino (1988), In zilveren harnas (1993), Ogenzwart (1997) en Koningswens (2001). In 2000 verscheen zijn omvangrijke schrijversbiografie Geheim Indië: het leven van Maria Dermoût 1888-1962. Voorts schreef hij enkele toneelstukken en de dichtbundel Lippenrood.

Sinds 1981 is hij verbonden aan de kunstredactie van NRC Handelsblad en schrijft over literatuur en theater. 

Dichters die van belang waren voor zijn literaire ontwikkeling zijn Friedrich Hölderlin, wiens gedichten en brieven hij vertaalde, Lucebert, Hugues C. Pernath, H. Marsman, J. Slauerhoff, Rainer Maria Rilke en Georg Trakl. Zijn boeken verschijnen bij uitgeverij J.M. Meulenhoff. Een nieuwe roman is in voorbereiding.


Inzendingen van deze schrijver


Inzendingen van deze schrijver

3 resultaten.

Laatste tango, eens te dansen

wisgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd.aantal keer bekeken 92
Het was maar een flirt, natuurlijk wist je dat. Lang geleden kwamen we elkaar elke dag tegen. Je bed was opengeslagen. Ook werd er iemand verlaten. Alles is gelijk gebleven, de slaap, het drinken, voorbereidingen op het leven. Tijd verstreek. Op een dag kwam je, je gaat weer weg. Ik herinner me een schijf meloen, een vergezicht over…
Kester Freriks19 september 2006Lees meer >

Sprookje

wisgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd.aantal keer bekeken 0
Soms denkt men dat de wereld van de kinderen nauw omlijnd is, niet verder reikt dan de horizon van de dagelijkse hemel. Maar die wereld is even ruim en wijd als die der volwassenen: een afstand voor het kind is niet gelijk aan de onze. Mijlen zijn nog ongeteld. Een zeilboot door kleine hand van de oever geduwd, reikhalst naar de overzij van…

Wijnrood

wisgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd.aantal keer bekeken 0
Handlangertje van de dood, de tijd, haast zich nooit, verlaat zich nooit, treft, geluidloos en rattig in zijn tred. Spoorslags ijlt vooruit al wat de wereld najaagt. De rust tijdens de vlucht. Ik drink wijnrode lippen van minnaressen met wangen hectisch nog van de tocht door de stad; ik brand me aan glazen warm al van blos en mondafdruk.…