start toeval vragen forum links zoek contact gastenboek inhoud

nederlands.nl: biografie

Pol de Mont

[Wambeke 1857 - Berlijn 1931]

Pol de Mont was een Vlaamse dichter, prozaschrijver, dramaturg en volkskundige.

Tijdens  zijn middelbare opleiding aan het kleinseminarie te Mechelen speelde Pol de Mont al een belangrijke rol in de Vlaamse studentenbeweging. In 1877 ging hij rechten studeren te Leuven; hij stichtte er met Rodenbach Het Pennoen (1878-1880). In 1880 werd hem de Vijfjaarlijkse Staatsprijs voor Vlaamse Letterkunde toegekend voor zijn Gedichten, een bloemlezing uit zijn poëzie.

Na een loopbaan als leraar werd hij in 1904 benoemd tot conservator van het Museum voor Schone Kunsten te Antwerpen. Ten gevolge van een perscampagne, waarin hij van activistische sympathieën tijdens WO I werd beschuldigd, nam hij in 1919 ontslag en werd hoofdredacteur van het nationalistische dagblad De Schelde, waar hij o.a. Van Ostaijen, Burssens en Alice Nahon als medewerkers had.

De Mont heeft veel gedaan voor de heropleving en verspreiding van de Vlaamse cultuur. Hij stichtte verschillende tijdschriften en was een van de oprichters van De Vlaamsche Gids in 1905. Katholiek opgevoed was hij naar een verdraagzame vrijzinnigheid geëvolueerd. Hoewel hij vrij produktief was als dichter, heeft De Mont zijn reputatie vooral te danken aan zijn redenaarstalent, en aan het feit dat hij de aandacht vestigde op o.m. de Tachtigers.

Zijn poëzie mist diepgang en de vlotte improvisatie en muzikaliteit van zijn verzen compenseren dat gemis niet. Maar o.m. als criticus en als volkskundige heeft hij een belangrijke rol gespeeld: zijn volkskundige werken zijn naslagwerken geworden, met name Dit zijn Vlaamsche wondersprookjes (1896) en Dit zijn Vlaamsche vertelsels (1898). Het essay Drie groote Vlamingen (1901) bevat studies over Conscience, Van Beers en Benoit.

Werk:

Rijzende sterren (1879)

Lentesotternijen (1881)

Idyllen (1882)

Loreley (1882)

Idyllen en andere gedichten (1884)

Fladderende vlinders (1885)

Claribella (1893)

Iris (1894)

Vlaamsche schilders der negentiende eeuw (1901), essay;

De schilderkunst in België van 1830 tot 1921 (1921), essay;

Zomervlammen (1922).