Inloggen

biografie: Viktor Frankl

De Oostenrijkse psychotherapeut Viktor Frankl overleed in 1997 op 92-jarige leeftijd.
Hij bouwde voort op het werk van Freud en Adler.
Hij werd wereldbekend door zijn boek ‘De zin van het bestaan’, dat hij in 1946 schreef na jaren van gevangenschap in Dachau en Auschwitz.
Het is een aangrijpend autobiografisch verslag van zijn ervaringen als kampgevangene in de Nazitijd met existentie-vragen die zijn observaties hem opleverden.
Eén van zijn conclusies was dat de mens onder alle omstandigheden iets van geestelijke vrijheid kan behouden. De allerlaatste menselijke vrijheid kan de mens niet worden ontnomen, de keuze om onder alle omstandigheden zijn eigen houding te bepalen, zijn eigen weg te kiezen.
 
Hij gaf aan dat je de innerlijke kracht van een kampbewoner kon funderen als je hem in een toekomstdoel kon doen geloven, een reden om er straks nog te willen zijn. Een gevangene, die niet langer in zijn toekomst geloofde, verloor zijn geestelijke houvast en was ten dode opgeschreven.
 
 Zijn kampervaringen werden de basis van zijn logotherapie.
 
Voor Frankl is zingeving de primaire drijfveer van een mens, vandaar die uitdrukking wil-tot-betekenis: het geven van zin aan je eigen leven. De therapeut helpt zoeken, maar biedt geen levenszin aan. Dat zoveel mensen tegenwoordig een gevoel van zinloosheid van hun bestaan hebben, noemt Frankl het existentiële vacuüm van de 20e eeuw. Zijn denkwerk daarover lijkt veel op het denkwerk van Erich Fromm.
 
Frankl vindt dat de zin van het leven eerder moet worden gezocht in de wereld dan in de mens zelf of zijn psyche. Het wezenlijke doel van het menselijk bestaan is volgens hem niet zelfverwerkelijking, maar zelf-transcendentie (zich richten op iets buiten jezelf, afstand nemen t.o.v. jezelf).
 
Frankl vraagt: ‘Wat vraagt het leven op dit moment van mij?’