J.C. van Schagen: Ewig weiblich
beschouwing
Ewig weiblich
zo zacht, Marjan, als nu je armen om me heen gesloten zijn
zo zacht als je twee tere borstjes zich nu nestelen aan mijn borst, zo zacht als 't smeken van je bruine ogen
zo zacht als 't strelen van je lieve naam
zo zacht en welig als je heupen zijn, beschroomd gewillig aan haar meesters hand, zo zacht gehoorzaam als je zoete
schoot…