Als ik door de gangen loop
van het bejaardenhuis,
met een rolstoel hier,
een rolstoel daar, dan-
vind ik het net een sterf-huis
De verrimpelde gezichten,
staren, met holle ogen naar mij
En ik, ik kan hun pijnen
niet verlichten, hun eenzaamheid,
straalt van hun gezichten;
Ik zie geen enkel lachend gezicht
dat vrolijk kijkt naar mij...…
Het is nog vroeg, er schijnt nog geen zon en het is nog koud. De zon zal zo gaan schijnen, maar nog even rust, geen zon, donkerheid. Ze kan niets zien, ze kan niet kijken. Ze klapt, de lamp gaat aan. Hij straalt, hij schijnt, op mijn hoofd, op mijn gezicht. Ze kijkt naar buiten, twee stralen komen boven de huizen uit. Het wordt al licht. Ze hoort gerommel…