ik vraag me af waar onze weg is anders gegaan
op zoek naar wat ooit zo eenvoudig mooi was
de smaak al lang vervreemd
nooit opgevend
alle krachten voorbij
elk moeilijk woord is er een te veel
ik wil je niet kwetsen
machteloos weent het van binnen
gewoon, wil je beminnen…
aarzelend stap ik binnen
op zoek naar kracht
vertrokken door onmacht
ontsteken van een klein licht
verwarmd alvast mijn blik
beklemming in de borst
verdriet dat er uit wil
zittend sluit ik mijn ogen
water van zout
vloeit rijkelijk over mijn wangen
ik heb weer moed om op te staan
ongemerkt heeft het me deugd gedaan…
in het stille woord
ligt een waardevolle
kracht
alles omvattend wat je
van een ander verwacht
je merkt in kleine dingen
dat anderen je intentie
ontvingen
subtiel en ongedwongen
is een druppel geluk
naar binnen gedrongen…
je beeld mist een hand
maar rankt in vrouwelijkvol
je zachte lijnen
verwachtingsvol
kijk je me aan
ik voel je als de mijne
al eeuwen sta je
te verleiden en met je
rondheid mannen te verblijden
ze lijken je mysterie
te doorgronden maar voelen
in zichzelf tal van diepe wonden
ook zij missen de hand die jou
in replica's op sokkels…
gevreesd en geliefd overzag je
vanaf betonnen sokkels en banieren
als vader, voorbeeld en god
heerste je vanuit eenzame hoogte
voor altijd overal aanwezig
de hamer creëerde naar jouw beeld
het land dat ruw ontwaakte
door de kanonnen van de Aurora
door de roep om vrijheid van hen
die zich schaarden achter idealen
paranoia vervormde je…
Zijn familie timmerde al in de 14e eeuw aan de weg en viel meteen op door haar ingetogenheid en ernst. Waarna ze onder “De Heeren van Alkmaer” al voorkomen bij de schepenen en thesauriers, nog vóór de tachtigjarige oorlog.
In Monnickendam, in 1572 tot Lutherdam gedoopt, waren ze een eeuw later Procureur en Burgemeester. Claes Laeckeman had daar een…