‘Juffertjes in het groen,’ zegt mijn vrouw.
‘Juffertjes in het groen? Wat is dat nou weer oma?’
‘Nou proef maar jongen, een stevige hap. Dat past goed bij deze even iets killere dagen.’
Ik zie hem het hem opgeschepte met hangen en wurgen naar binnen werken. ‘Lekker hè, kerel?’…
hier is de sleutel van mijn hemel
het stukje Eden in mijn achtertuin
waar vogels vrolijk flierefluiten
tot schemering hun snavels dicht
daar klimmen maagden in de palmen
verschuilen juffertjes zich in ‘t groen
zet de leeuwenbek zo’n grote mond op
dat bange rozen rimpelen in de wind
maar als het botert tussen de bloemen
smeert de klaver…
's nachts actief als nachtbeest
graag in zwoel koele ruimtes
lekker nat in de druip
van onder aan de kruip
een tikkie helderziend
scherp ja met de oren
opzij en niet van voren
graag de vleugels uitslaan
piepend met de fluit
op de juffertjes uit
tegen ochtendgloren breekbaar
zweverig hunkerend naar rust
de wereld staat op zijn kop…