gij letterdames en gij letterheren,
gij die in herenhuizen diep zit uit de pluizen daden,
ik zeg Daden van genot en van ontberen,
wanneer gij blake rimbaud of baudelaire leest;
hoort, door onze verzen jaagt hun heilige geest:
de blote kont der kunst te kussen onder uw sonnetten en balladen.…
Eenzaamheid minachtend,
Het roemrucht gefluister bedwongen
De grootheid verzachtend
de ballade bedachtzaam gezongen..
Tekenen tot algehele waanzin,
tot het minimum beperkt...
De boventoon komt van binnenin..
Door zijn illusie gesterkt...…
Ik kijk je aan
de lichtjes
in jouw ogen
dansen een
lentelied
Lippen
nevelen
pareltjes
ontluikend
verlangen
Sprankelend
treft
jouw lach
mijn vurige
zinnen
samen
bewogen
tot een
prachtige
ballade…
Ik vertel je de ballade van m’n leven..
vol zelfbeklag en weemoed..
als je luistert, kun je horen dat ik heimwee heb
naar iets wat nooit zal komen
ik heb gelachen en gehuild
gedanst en stilgestaan
ik leef m’n leven
zoals alleen ik dat kan..
m’n verdriet heb ik weggestopt onder het motto 'voorbij is voorbij'
en m’n vreugde…
m’n vreugde…
Hoe erg verlang ik terug naar de zon.
Die teder scheen over jou gezicht.
Enkel een vage herinnering uit een diepe bron.
In deze lange dagen van kort licht.
De laatste zomer die ik doorbracht met jou.
In het bos, op de heide, aan het strand zo vol.
Ze gingen voorbij, en wij beloofden elkaar trouw.
Terwijl de zon afdaalde, langs de hemel.…
Ach, wat een mens zoal vergeefs betracht
Zo heb ik van m'n leven geen ballade
Ooit tot een acceptabel eind gebracht
Sloeg ik zo'n eerste kladballade gade
Viel half de tekst algauw in ongenade
Want wat aan zo'n balladepoging schort
Laat zich voor wie het raamwerk ziet al raden
Daar alles nogal gauw gekunsteld wordt
Het rijmersambacht neem…