Inloggen

biografie: F. Bordewijk

Ferdinand Johan Wilhelm Christiaan Karel Emiel Borde­wijk [Amster­dam 1884 - Den Haag 1965]

Bordewijks vader was een hoge ambtenaar bij het Departe­ment van Waterstaat.

Het gezin verhuisde  in 1894 van Amsterdam naar Den Haag. In deze stad zou Borde­wijk tot zijn dood toe wonen. Hij bezocht er het gymnasium; hij ging in Leiden rechten  studeren, waar hij in 1912 promoveer­de.

In 1913 werd Bordewijk beëdigd als advocaat;  als junior werd hij aangenomen op eenadvocatenkan­toor aan de Boompjes te Rotterdam, het kantoor dat een belangrijke rol zou spelen in 'Karakter', dat later succesvol is verfilmd. Hier bleef Bordewijk werkzaam tot 1919, waarna hij zich als zelfstandig advocaat in Schiedam vestigde.

Bordewijk trad in 1914 in het huwelijk met de componis­te Johanna Roepman. Zij kregen een zoon, Robert, en een dochter, Nina, de latere auteur Nick Funke-Borde­wijk. Van 1918 tot 1920 was Bordewijk docent Handelsrecht aan de Handels­school aan het Rotterdamse Van Alkemadeplein, de locatie voor de korte en krachtige schoolroman 'Bint'.

Met zijn vrouw maakte Bordewijk vele buitenlandse reizen

Eind 1945 werd hij benoemd tot Voorzit­ter van de Ereraad voor Letterkun­de, een zuiveringscollege dat auteurs die tijdens de bezetting hadden gecollaboreerd een publi­catie­verbod mocht opleggen. Van 1947 tot 1952 vervulde Bordewijk de functie van voorzit­ter van de Haagse Jan Campert-stich­ting, een gemeentelijke instelling die stipendia en prijzen toekent.

In 1965 overleed Bordewijk, tachtig jaar oud: post­huum werd hem dat jaar de Zilveren Penning van de Ge­meente Den Haag toegekend.


Inzendingen van deze schrijver

1 resultaat.

Karakter

verhaal
2,9 met 12 stemmen 1.593
'Wat kom je hier doen? Betalen? Afdoen? Hoofdsom, rente en kosten?... "Zij" heeft je niet gestuurd, dat hoef je me niet te zeggen, dat begrijp ik uit mezelf donders goed, dat is niks voor "haar".'
'Zij', 'haar'. Ook deze sprak aldus van zijn moeder. En het legde eensklaps een band, hij voelde dat ondanks alles die man zijn vader was, hij kon dat niet beredeneren, hij onderging de stem van hetzelfde bloed. Deze man zou altijd zijn vader zijn, hij zou in zijn gedachten en zijn woorden nooit anders dan zijn vader wezen, hij was altijd zijn vader geweest. Maar toen ook rees zijn woede uit de duisternis van zijn bloed tot volle hoogte. Want, het ontzag, de angst zelfs voor de vader heeft grenzen. In de uiterste gevallen haat het kind of heeft lief.
'Betalen? Betalen? stotterde hij wit ziedend.
Zijn benen trilden, zijn handen steunden op het blad van de lessenaar, maar niettemin trilden zijn polsen zichtbaar, en ook zijn stem had hij niet meer onder controle....