biografie: Lévi Weemoedt
Lévi Weemoedt [Geldrop1948 - ....]
Zijn schrijversnaam is het pseudoniem van Isaäck Jacobus van Wijk.
Na het voltooien van het gymnasium studeerde Lévi Nederlands aan de Universiteit van Leiden. Tussen 1970 en 1984 was hij leraar Nederlands aan de Christelijke Scholengemeenschap Westland-Zuid in Vlaardingen.
Van 1976 – 1979 werkte hij mee aan het satirische Amsterdamse studentenblad 'Propria Cures' (Bemoei je met je Eigen zaken) en in de jaren tachtig trad hij regelmatig op met de droog-komische Hans Dorrestijn.
Werk:
- Geduldig lijden (1977)
- Geen bloemen (1978)
- Bedroefd maar dankbaar (1980)
- Zand erover (1981)
- Een treurige afdronk (1983)
- Daar komt de bruid... (1985)
- De ziekte van Lodesteijn (1986)
- Liedjes van welzijn, volksgezondheid & cultuur (1987)
- Liefdewerk oud papier (1987)
- Acte van verlating (1988)
- De nadagen van Lodesteijn (1990)
- Halte tranendal (1991)
- Ken uw klassieken! (1992)
- Overal wat (1995)
- Zondagskind (1996)
- Ons soort mensen (1999)
- Rijk verleden (1999)
Inzendingen van deze schrijver
5 resultaten.
wisgedicht
2.9 met 7 stemmen
0 O, 'k schaam mij wel eens: uit mijn hand
kwam nooit iets nuttigs voor het land!…
Een hele opluchting
wisgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd.
0 Ik belde eens, na een wanhoopsnacht
vol angst en liefdespijn,
mijn beste vriend: waar of die dacht
dat mijn Jeanette kon zijn.
Ach! ik had me weer eens op hol gebracht
om niks. Om mijn ziek brein.
Want dáár klonk, slaperig, héél zacht,
Jeanette over de lijn.
----------------------------------
uit: 'Van harte beterschap', 1982.…
De bedriegertjes
wisgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd.
0 "wat 'n treurigheid! O, het is niet waar
toch?", snikte de psychiater.
"En dat heeft u al van uw derde jaar?
Ging dat nooit eens over later...?"
Ach, ik zei maar snel dat het overging
en haalde een glaasje water.
---------------------------------------
Uit: Zand erover…
Gedeelde smart
wisgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd.
0 De hond ligt zachtjes snikkend in zijn mand;
droef peinst zijn baasje bij een glas genever.
Er hangen duizend boeken aan de wand:
’t Geluk was hier bepaald geen gulle gever.
Op straat waaien geluiden van een feest:
een schrille lach; er valt een glas aan scherven.
Maar binnen zingt het wenen van het beest
en zit zijn baas al uren te versterven…
Hamlet
wisgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd.
0 Ik hier alleen. Jij in Den Haag.
Zijn of Azijn. Dat blijft de vraag.
Zij zat van Amsterdam tot Hollands Spoor te breien,
o lief gezichtje! Vlijtig slonk de kluwen wol.
Ik lag in 't bagagerek schuin boven haar te schreien,
't liefst kroop ik naast haar, maar de hele trein zat vol.
'k Zoog op mijn kaartje, ach! ik kon geen smoes verzinnen…