biografie: L.F. Rosen
L.F. Rosen (1953) mag een bescheiden, ingetogen dichter genoemd worden, het effect van zijn poëzie is er niet kleiner om. Rosen schrijft gedichten die zich onder je huid nestelen, zachtjes, zonder grote, ‘hooggeboren’ woorden die ‘zwaar en / misprijzend in klanken hangen als in eikehouten stoelen’. Zijn taal is eerder, in de woorden uit een gedicht van zijn eerste bundel Adel (1994) ‘fijnstoffelijk, vol onbedoelde helderheid’. Rosen schrijft een poëzie die behoedzaam en buigzaam is en waarin grote emoties wel omcirkeld worden maar nooit direct aangeraakt.
Ondanks de intimiteit van zijn gedichten – ze gaan vaak over herinneringen, over de weemoed die de onherroepelijke vergankelijkheid van het leven bij een voorzichtig levend mens kan oproepen – is de buitenwereld evenzeer aanwezig. De wereld van indrukwekkende voorgangers of helden uit de geschiedenis. Wat klein lijkt, biedt ook altijd uitzicht op iets groters; wat subtiel is kan ook overdonderend blijken te zijn. Rosen is een wendbare dichter, eentje die lenig beweegt tussen kwetsbaarheid en kracht, ontroering en huiver, troost en ontluistering.
Inzendingen van deze schrijver
5 resultaten.De ark
wisgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd.
2 In de verbeelding komen ze. Gearmd.
Over de loopplank. En schikken
zich. Een stil rumoer van benen
over benen. Zwart water klopt aan ramen.
Ze hadden het over jou, een dikke warme
zomer lang. Twee tuinen verder. Hikkend
van de lach wierp één haar bal. Op hun tenen
stonden ze. Bij de heg. Knisperend kwamen
ze, zeldzame dieren, kwamen door…
Tweede vader
wisgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd.
0 Steeds strakker trok hij zijn cirkels om ons.
Hij was nooit ver. Nooit ver genoeg
dat wij ons buiten waagden zonder christendom.
Van Heere Heere zingend liepen wij door zijn jachtgebied,
keken niet op of om. Naderend tot zijn water
voelden wij zijn ogen die de sterren konden doven.
Later toen hij niet meer van je zijde week
en zelf een hart…
Boorziek mensdom
wisgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd.
0 Een huis moet rafelranden kunnen krijgen,
uit zijn hang- en sluitwerk slaan,
donker mompelen, siberisch jammeren,
moet zijn pannen kunnen losgooien als haar,
zich laten kastijden door de twijgen
van een berk. Zou daaraan dood moeten mogen gaan.
Hoe zacht zouden steden dan,
een droom van huizenspinsels.
Huizen zouden uit hun windsels
moeten…
Laatste slagen
wisgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd.
0 De wolken waren nog nooit zo opgewonden
Als magere zwarte honden
doorploegen zij de nachtrivier.
Er staat een sterke stroom
van dwarreltijd naar klokkentijd,
naar eindtijd.
Maar er is nog zoveel adem over
dat men van alles afsteekt in dit laatste uur
dat naar hoogten reikt, even wacht, uit
grote ogen kijkt, zich kroont met vuur.
----…
Vriendschap, een fragment
wisgedicht
Er is nog niet op deze inzending gestemd.
0 Vriendschap herinner ik
mij als een reis van
de tastzin naar de reukzin,
van nerveuze vingertoppen
naar een haast feilloze neus.
Denkend aan vriendschap denk ik
dan ook vooral aan een les
in zintuigelijke waarneming.
Ook schiet mij nu de oude belofte
door het hoofd dat vriendschap
altijd het licht zou laten branden,
en voel ik weer…