In de vroege herfstmorgen gaat de weide geheel schuil onder dichte, schone nevel.
Die witte wereld streelt mijn ogen, vraagt mij om langer hier te toeven,
Die grondwolk met vocht drenkt de hele vlakte vol gewassen onder zich.…
adem hijgt
in droge dorst
verslikken giert
in boventoon
koorts spookt
in gedachten
geluiden
praten ongewoon
lippen breken
fluisteren woorden
die verijlen
in de nacht
ogen dwalen
zoeken liefde
voelen dat de
handen zijn gevat
rood gloeit nu nog
ongebroken, maar
stilte heeft in rust
de genezing al besproken…
Kijkend in de spiegel
beslaat het beeld
vergrijst omgeving
tot verwarde flarden
vreemde werkelijkheid
vage beklemming maakt
zich meester van de kijker
als het beeld blijft verijlen
en dan plots verdwijnt
in zichzelf onzichtbaar
buiten de wereld
vervolgt de reis zich
in die andere dimensie
waar de betovering
niet verbroken wordt…
dunner wordt de wind
vlaagt speels in
haar verschralend raken
zij rolt en tolt het
drogend blad vertelt
van troosteloze kou
in eerste winterse verhalen
de zon is later in
verschijnen haar licht
lijkt langzaam te verijlen
de warme gloed
van zomer is nog
enkel voor de dromer
achter dubbel glas
nog heeft de vorst
niet toegeslagen…
strepen blauw
strak doorschoten
met wat lijnen
groen en grauw
mijn horizon voor jou
het wit van zeilen
die de rust verijlen in
een tijdloos perspectief
ik steel dit beeld en
schenk het jou mijn lief
kom met mij kijken
naar de mensen
hun zee van wensen
en wacht totdat de
hemel opzien baart
jij bent het waard
in jou heb ik…
Als liefde van een aard'ling aan dorst randen
De lichtgestalte van een hemeling,
Je weet, dat zij tot nevelbeeld verging,
Tot hoon rondom heet hunkerende handen:
Zo dacht je dat, toen - lucht'ge zweveling -
Je om mij de rust verliet van effen landen,
Ik jou applaudisserend op liet branden,
Verijlend zelf tot vlucht'ge neveling.…
Die wilde en dan verijlende gedachten halen de volgroeide mensengeest leeg, om deze opnieuw gereed te maken voor zijn dagelijkse bezigheden: nuchter zakelijk of kunstzinnig zwevend.…
."
De ogen en tongen van de genietende gasten vorsen en proeven al lovend al die gerechten, en verijlen langzaam aan, geleid door smakelijke dranken met allerlei geest.
Ergens, hoog aan de wand van de stemmingsvolle eetzaal, ziet de ruige kop van een grote ever met geduchte slagtanden neer op het blije samenzijn.…