De bomen kennen geen troost
in de bladval van verdriet.
De takken kaal en willoos
stijf de stam die ze torst.
Woest walst de westenwind,
de lucht geplet door donker dreinen.
November kent geen genade
alle zielen sterven zich dood.…
Als hij dit gedaan had stonden we er nu misschien anders voor, dan hadden we waarschijnlijk 'het zweet des aanschijns' niet gekend en geen herfst met bladval.
Er kruipt nu een worm door me heen,....die niet meer stopt.
Ja, de herfst doet wat met me.…
De tijd is zwart,
een steen die koud
in de tuin ligt te rotten
tussen bladval,
botte takken en
naaktslakken die
niet meer sporen.
Waar ik sta
wordt niet meer gebouwd
en waar ik loop
worden geen wegen aangelegd.
Bestemmingen
gaan al eeuwen aan mij voorbij
en zo ik al vertrek,
dan zonder reisdoel.…