Ik schoof popelend aan
Een wachtrij tot op de markt en verder
Want op deze beurs
Beloven ze de eeuwige glimlach
Kant en klaar als geschenk verpakt
Een gekruld lint
Een motief van vergulde stippen
Je hebt alleen wat grof geld nodig
Knisperend in de handpalm
Of een kredietkaart die soepel
Langs het rode oog glijdt
Ik had mijn rekening geplunderd…
Vlekjes zonlicht knipogen door het dikke bladerdek, glinsteringen spelen in een heldere waterplas. Tranen verdampen, een glimlach tekent zich op haar verhard gelaat.
Geluidloosheid van stil boomgeruis doet haar wegzinken naar een verloren bodemloos moment waarin een waterdruppel open spat en sterft... en het licht van de lente met het kleurenspectrum…