Ic en wille u niet: gy zyt al lange in my verweven,
Gy zweeft in myn gedachten
En in het diepste van myn lyf voele ic u leven.
Het is uw zere beeltenisse die my doet lyden.
Kunt gy my nog verblyden?
Myn hertepyn verzachten?
Of moet ic langere tyd nog wachten?
Gy zyt zo sterk, gy doet my beven!…
Appelona, hoe lang
Zult gy blijven zo stuurs, zo wrang?
Hoe lang al even trots?
Gelijk als een harde rots,
Die 't zee-gewelt op zijne borst doet breeken,
Zo wrevel staat gy voor mijn zuchte en smeeken.
Hoe dikmaal zach my de Maan
Voor uw vensteren waaren gaan,
In het diepste der nacht,
En aanhoorden mijn minne-klacht!…
Piet Agoras heeft het voor een duizend jaar of wat al gezeid:
'O mensdom, gy zijt een toonbeeld van ondankbaarheid:
Wanneer ouwe koeien soms in een sloot verdwalen,
Dan heet het hoogst onfatsoenlijk, ze daar uit te halen,
Zodra een landman van een koei geen zoete melk meer hoopt,
Dan ziet men, hoe hij haar terstond aan de slager verkoopt,
Die…
ik bid uw Cupidootje
Gy kleyne Sielen-vooght, gy machtigh wonder
Goodtje!
En steltse in mijn borst op sulken even maet,
Dat daer op pols, en mild, hert, longh, en lever
slaet.…
Maar wilt gy de oorzaak daar van weeten?
’t Ziet gekken voor poëeten aan.” **
Hare ogen waren betraand van al het schone hier ten gehore. Haar wangen glunderden van kunstzinnigheid en artisticiteit in haar genot.
Nu stond zij volstrekt in lichterlaaie en zij stortte zich boven op mij.
En ik, ik stortte mee. Met het glas nog in de hand.…
Wat echt telt was zijn meesterschap over de taal:
'Kusjens
Hoor nu, hoe gy in den gloed
't Kussend mondtjen zetten moet,
Om het zoetste zoet te koopen.
Niet te dicht, en ook niet open.
Laat één plaatsjen (zoo is 't wel!)…