De schaamte van mijn jeugd waren gedragen schoenen.
Ik moest soms wachten van de juf - tot na de les.
De hakken onder ‘t zand, bruin leer nog op te boenen.
Mijn vader was heel arm en ik was amper zes.
In de derde dropte dezelfde juf versleten kleren.
Ze zei het “lekker hard” onder een rekensom.
Mijn pov’re pa was arm, maar ik kon prima leren…
Weet je, die mensen van dat hoekie
Van nummer 17
Die schreeuwen alle dagen
Dat heb ik zelf gezien
Ze hebben lange haren
Ongewassen, ongekamd
Ze hebben van de week ook
klein Lowietje in mekaar geramd
Ze eten dooie vogels
Ze plassen op de grond
Ze hebben scherpe tandjes
In een veel te grote mond
Ach jongen, alsjeblieft…