door mijn hoofd spookt
de dag die niet bestaat
ik kies en keer de kant
geduwd door tijd en ruimte
ik pak minuten in mijn tas
mijn richting en wat kleren
een beeltenis met een kras
en strik mijn veters strak
sla nog even om je heen
zet me schrap en maak me los
hou me vast en ga
de reis die eindigt hier…
eens in de week neem jij
een groot stuk ruimte in
de telefoon gaat terwijl je komt
tuut tuut tuut tuut aaaaaaaaaah
dan ga je, moeiteloos week ik
me los, nog zacht, nagenietend
dan een dagje rauw waar je zat
even boos waar je niet bent
stil worden, rustig van binnen
de waakvlam laten branden…
Een voorbeeld zijn, vraagt ook, dat ik dit loslaten kan. Een navolger of volgeling zal enkel terugkijken. Ik kijk vooruit. Er is geen andere weg voor mij, als deze weg me leidt.
Het is het luisteren in en naar de stilte, wat zo gewoon is geworden.
Iedere angst verdwijnt in vertrouwen en geloven. Een geloven dat elke dag alleen maar sterker wordt.…