We rennen weg. Jij en ik – samen. Er is geen noodzaak – geen onzekerheden of angsten die ons dwingen te gaan. We rennen weg omdat we willen.
We lopen door straten, over duistere enge wegen, en doorkruisen grote, onbekende pleinen en wanneer we moe zijn, rusten we uit op plekken waar het geluk ons blijft achtervolgen.
We vermommen ons – want misschien…
Verzamelkaartjes, Pritt correct-it?
Koek, snoep, zwart op wit?
Schelpen, spijkers, siliconenkit?
Kom op, kom op met dat geheim
Punaises, knikkers, een tube lijm?
Een gevoelig, strikt persoonlijk rijm?
Een pad, een kikker, een slak vol slijm?
Vertel, vertel het nu toch snel
Een mes, een bom, een oude bel?…