Het viel niet te ontkennen dat zij haar lange volzinnen, waarmee ze mij overspoelde, lardeerde met de woordjes: "ja,ja". Zij leed aan mij onduidelijke kwalen waarvan ik geen hoogte kreeg en wees alles af dat haar nog in de schoot viel. Ze was mij toegewezen als vrijwilligster en samen verkenden we de stad; bezochten we theater en bioscoop, restaurant…
Jouw ogen liggen in mijn schoot,
zo nabij, een gaaf gezicht.
Voor meningen is geen plaats,
onze monden zijn fijn gesnoerd.
Een zwangere zee van stilte
baart rijk omrande dromen.
Wij bewegen licht geroerd.
Mijn hand rust op je golvende dij,
jij raakt mijn verheven tepel.
Aarden in het hemelse bestaan
geeft ons vurige zonnegloed.
In de volheid…
In een lange wagen met overkapping en met op de zijkant de tekst "Horeca en Manege Hooijen", waarvoor deze keer niet (zoals de traditie overigens gebiedt) twee trotse, fiere hengsten met een tuig aan en leren oogkleppen voor de trouwhartige, bolle ogen, gespannen waren, maar een echte tractor, bemand door een stoere jongeman, zijn wij met een gezelschap…