Er is dit vele en eventjes
er is dat ene en
geen afstand te groot
geen spreker beter dan de zwijger
geen vlammenzee groter
dan groots ‘n stem en
’t geluid van rusten
in ’t zwijgen staar ik vredig
en zie er trekt een groep aalscholvers
richting zuiden en ik verwonder me
nergens meer over er is dat ene
en geen afstand geen afstand…
Zie, ik ben sterk en breken zal ik niet,
Maar was er één die Gij zo lijden liet,
Wijl hij U lief had, boven zielsgenot?
En nog zal ik niet vloeken 't mensbestaan,
En 't leven niet, en Uwe naam niet smaden,
Zelfs met dit mateloze leed beladen,
Neem ik het leven uit Uw handen aan.…
In de nog ijle schaduw
zwom zij tegen de stroom in
door Canal D’Amour
onrustig en verdrietig
niet langer stoer
onzichtbaar tranen plengend
om wat
was geweest
kwam tot haar
de geest
van haar toekomstige zielsgenoot.
Liefdevol beeld
als bliksemschicht aan haar verschenen
deden haar angstig trillen
tot in haar tenen.…
bijna was ik verdronken
gedoemd te verblijven
in het land achter de kassen
haalde mijn slaap trager
dagen in met te veel drukte
klopte bloed uit alle wanden
klonterig vet rust barend dikker
en bijna mijn lief viel zonder
poespas een droom stil
hoefde ik nooit meer te hechten
te vechten voor een kruimel
bomen vielen zo onverwachts…
Koop, koop, gezegenden van God,
Bij 't zingenot wat zielsgenot:
't Is ook voor goud te kopen.
De koude nijpt, de honger knaagt;
Zij vlijmen tot in merg en pezen.
Och, een van beide valt reeds zwaar,
Maar kou en honger bij elkaar!
Dat moet verschriklijk wezen!
Men zegt (de buurt gewaagt er van
En aaklig is 't om aan te horen!)…
Ze trekt de gietijzeren trekbel op en neer en even later maakt Harm een buigende beweging voor haar en zegt hij: 'Komt u binnen, mijn edele zielsgenote!'. In de lange, marmeren gang hangen schilderijen van Paulus Potter, Jan Toorop en Isaäc Israëls, keurig verlicht met er boven geplaatste spotjes. Het ruikt er naar wijn- en grafkelders.…