`De Zaporozje-Kozakken schrijven de Turkse sultan een brief'.
De zadeltassen waren van meer proviand voorzien dan anders met in het vertrouwde vak zijn schrijfgerei en zijn paard had nieuwe hoefijzers onder. Dit keer ging het om een verre bestemming.
Een laatste blik in de spiegel gaf vertrouwen. Een schoonheid kon hij zichzelf nog steeds niet noemen met dat iele brilletje boven een korte, dikke neus, maar met zijn levenservaring en verworven eigenliefde oogde hij innemend. Dat was ook de mening van zijn vrouw, die hem vanuit de gang gade sloeg. Toen hij klaar was met zijn ochtendritueel sloeg ze een paar ingebeelde stofjes van de jas die hem warm moest houden op wat zijn lastigste missie mocht heten en kuste hem gedag. Hij ging het antwoord opstellen van een bij uitstek krijgshaftig volk aan een machthebber die hen tot overgave wilde dwingen, een bescheiden maar toch belangrijk radertje zijn in de machinerie van de wereldpolitiek nu hij begiftigd was met het schrift waar het de opdrachtgevers aan ontbrak en voldoende op de hoogte van wat er allemaal speelde om het bondig te kunnen samenvatten; een oliemannetje avant la lettre.
Voor mij een op het eerste gezicht als altijd prachtig, maar ook bevreemdend schilderij dat Ilya Repin schilderde met niet te missen dat uit de toon vallende heerschap dat met zijn ganzenveer in de weer is. Mijn eerste gedachte was: een klerk die ontwaakt is in een boze droom in contrast met zijn beminnelijke lach en de zachte lichtval - als perfecte toepassing van de gulden snede - op zijn neus. Het maakt dat je meer van de voorstelling wil weten en dat is met internet achter de hand een fluitje van een cent.
Het doek is getiteld: `De Zaporozje-Kozakken schrijven de Turkse sultan een brief'. Alsof allen over dezelfde kam geschoren worden. Maar zijn het de Kozakken die schrijven? Nee toch? Die slaan elkaar op de schouders, schuddebuiken, musiceren, drinken, laten hun gevoelens de vrije loop, hebben stuk voor stuk hun eigen frivole verhaal te vertellen. Een militair valt serieus kijkend uit de toon en laat zijn handen rusten op een meer gekwelde figuur maar de totale indruk is er toch een van een vrolijke janboel. De schrijver laat zich als hij al een Kozak is niet aanzien als een type dat het toonbeeld is van vechtlust, maar eerder als een kantoorbediende die uit de lucht gevallen in een andere tijd en wereld op zijn schrijversstoel is neergeploft, maar in weerwil van zijn losgeslagen omgeving daar tóch deel van uitmaakt. Is hij de studentikoze Kozakken-versie? Een intellectueel? Zou hij ook iets van een vechtersbaas in zich hebben en vergissen we ons als zo vaak in de eerste indruk? Je voelt (verbeeld ik me) ondanks alle woestheid van de mannen die hem omringen - vrouwen in geen velden of wegen te bekennen - een zekere vertedering voor het mannetje dat daar zit. Ze gaan hem geen haar krenken; daarvoor is de afstand bij alle nabijheid te respectvol en de bewondering voor zijn vaardigheid om hun verhaal in woorden te vangen te tastbaar.
Met wat meer achtergrondinformatie is de vrolijkheid van de Kozakken wel te begrijpen, want het is me wel een kattebelletje dat hem gedicteerd wordt, zoals ik het me voorstel, want de schrijver acht ik op het eerste gezicht tot zo'n tekst niet in staat: `Jij, Turkse duivel, vervloekte kerel en broer van de duivel, dienaar van Lucifer zelf. Welke buitengewone ridder ben jij, jij die geen egel kan doden met je blote kont? De duivel schijt en je leger wordt dik. Jij klootzak zal geen christenen onder je hebben, laten we niet bang zijn voor je leger en te land en ter zee zullen we tegen je blijven vechten, vervloekt zij je moeder. Jij kok van Babylon, voerman van Macedonië, brouwer van Jeruzalem, geitenmoordenaar van Alexandrië, varkenshoeder van Boven- en Beneden-Egypte, varken van Armenië, beruchte dief van Podolia , " geliefde " Tartaar, beul van Kam "janec' idioot van de wereld en van de andere wereld, kleinzoon van de Slang en de pest in onze hanensnuit van varken, achterste van merrie, hond van een slager, voorhoofd niet gedoopt, fuck je moeder! Dit is hoe de Zaporozi je antwoordden, wees nederig: je zult niet eens de varkens van een christen bevelen. Dus we concluderen dat, aangezien we de datum niet kennen en geen kalender hebben, de maand in de hemel is, het jaar in de boeken is geschreven en de dag voor ons hetzelfde is als voor jou. Je kunt onze kont kussen!'
Ik denk zomaar dat de sultan geamuseerd was bij lezing, want Mehmet IV was naar verluidt een man met humor. Wat nog bijgedragen kan hebben aan zijn gulle lach is de knipoog - ;-) - die de schrijver buiten het zicht van de omringende meute op het laatste moment aan de brief had toegevoegd en die Mehmet niet was ontgaan. De stemming van de Kozakken moest waarheidsgetrouw worden overgebracht, maar hij had zijn zachtaardige natuur niet kunnen verloochenen en had zo ondanks zijn gefrustreerde voornemen om tekstueel waardig richting te geven toch een relativerende vinger in de pap gehad!
Geplaatst in de categorie: kunst

Er zijn nog geen reacties op deze inzending. Schrijf de eerste reactie!