Ik ben van Hattum en ik weet,
dat 140 pond zo heet,
maar dat de naam direct vervalt,
als het leven wijkt uit de Gestalt.
Dan ligt, onder de naam van lijk,
die honderdveertig pond te kijk;
Gij zijt bij het defilé misschien:
alleen ik zelf zal het niet zien.
Da's vreemd: ik zie, wat Gij niet ziet;
wat Gij dàn ziet, zie ik weer niet.
Enfin…
Er moet wel iets zijn gebeurd
al weet ik nog altijd niet wat;
ze hadden een enig kind
en ik heb het lief gehad.
Maar het ging, als het meermaal gaat,
en waarover je nauw'lijks kunt praten;
kortom, ik heb haar gemeen,
naar de roddelaars zeiden, verlaten.
Soms heb ik nog bij gerucht
en te hooi…
Ik ben Van Hattum en ik weet,
dat 140 pond zo heet,
maar dat de naam direct vervalt,
als het leven wijkt uit de Gestalt.
Dan ligt, onder de naam van lijk,
die honderdveertig pond te kijk;
Gij zijt bij het défilé misschien:
alleen ik zelf zal het niet zien.
Da’s vreemd: ik zie, wat Gij niet ziet;
wat Gij dán ziet, zie ik weer niet…
Geen dag kan zo beginnen,
als deze dag begon;
ik kwam mijn kamer binnen
en daar was enkel zon.
De klok was staan gebleven,
maar ik vroeg naar geen uur;
de tijd was opgeheven,
daar was slechts licht en duur.
En duur en licht en luister;
de winter was voorbij;
in rouwfloers sloop het duister
en vluchtte weg van mij.
De zon op drup…