Poëzie is, voor mij althans,
niet het vermoeid, roerdompig
droevig geroep om de gemiste kans.
Het is meer iets van op klompen
lopen, knarsen op het grint.
Wie dit vindt zal niet
mee kunnen komen met lome
en oude symbolen:
de bleke maan voor 't bleke lief
is eerder week dan apocrief*).
Meer dan op 't volkje dat betreurt
en klankrijk zeurt…
Als die mij nogal lief zijn
- vrouw, bomen, vrienden - van mij heen zijn
wil ik een snaterende grijsaard worden,
wonend op het Maliebaan-station
en in de zon.
Gekleed in conducteurscostuum
van Engels laken
een goede indruk voor de spiegel maken,
en zachtjes krijsen op het zoveelste…