Een klerk herkent men aan zijn hand,
Een koning aan zijn beeldenaar,
Een vingerafdruk wijst, wat kant
Men zoeken moet naar stokebrand,
Bankrover, dief of moordenaar.
Doch wie de dichter kennen wil
Moet raden wat verborgen pijn
Hem zo geduldig en zo stil
Doet buigen voor de vreemde gril
Der woorden, die zijn dienaars zijn,
Geen rijmkracht…
Wij zagen op het smalle wandelpad
Hoe 's morgens rond uw huis de bomen waren
Aaneengeschaard als wilden zij bewaren
In stilte's koelte een heimelijke schat,
Tot op het eerste kraaien van de hanen
De wind zacht heensloop uit zijn nacht-asyl:
Een zwerver langs de weg, en wie 't beviel
Zich over 't land een eigen weg te banen.
't…
Eenzaamheids achterdocht, gevoed door waan,
Kweekt groter kwaad dan roekeloos vergeten
Van wetten, waardoor veiligen zich weten
Behoed tegen een snel en stout vergaan.
Wie zonder schaamte geile lust belijden,
Maken zich schuldig, maar zij weten toch
De grootste zondigheid van 't kwaad te mijden.
Alleen wie, braafheid huichelend, bedrog…