De bloem, door gure najaarsvlagen
Verschrompeld en verdord en van de steel geslagen,
Verrukt het oog niet meer;
Maar als de lente naakt, de winterboei verbrekend,
En langs het grazig veld de schoonste kleuren tekent
Dan rijst zij schoner weer.
Zo wisselt alles hier beneden:
’t Verachtelijk slijk, waarin wij vaak met huivring treden,
Is dikwijls…
De lucht is zwart, en sluit een enge kring
Van wolken om het aardrijk heen,
En pakt zich zwijgend meer en meer op één.
Geen enkel koeltje geeft verademing;
De noordewind, die afwaait van de zee,
Voert in zijn vlucht zelfs hitte en stiklucht mee.
Natuur is stil; - het lied der voglen zwijgt,
Slechts ’t rundvee loeit, versmachtend en verhit,…
Duizendtallen oceanen
Zijn in 't eindloos wereldmeer
Van mijn bittre weemoedstranen
Slechts een droppel en niets meer.
Honderdduizend eksterogen
Doen de zwerver minder smart,
Dan het branden van mijn ogen,
En het smachten van mijn hart.
Tachtig uitgevaste leeuwen
Om het leger der hijëen,
Kunnen samen nooit zo schreeuwen,
Als ik huil…