Het was duidelijk. Charles Baudelaire had het fysieke geheugen bewaard aan die regels waarin hij zijn allerlaatste gedachte meende te hebben vastgelegd, maar hij had er geen enkele bewuste herinnering aan overgehouden.…
Maar hij had iets, zelfs als hij niet in een slechte bui was, waardoor je je noodgedwongen niet op je gemak voelde. Misschien waren het zijn ogen, zo zwart als schoenknopen, die altijd overal keken waar hij niets te zoeken had.…