weet jij nog iets van je meisjesdromen
ach vertel mij eens, ja toe vertel
over jong zijn, was het leven toen een spel
en zijn ze voor jou ooit uitgekomen
droomde je van een prins op het witte paard
kwam liefde vaak met vlugge vlinders
wilde jij ook vijf van die handenbinders
net als ik huisje beestje en een haard
hield je van uitbundig lachen…
er buigt zich een grote statige eik
mijn kant op, alsof hij mij begroet
me omarmt met zijn takken
zoals een mens dat doet
hij laat wat bladeren vallen
als grote druppels verdriet
zij raken de vochtige najaarsgrond
net als mijn tranen, die niemand ziet
het lijkt of hij mijn eenzaamheid voelt
even laat ik me troosten door de natuur
leg mijn…
oh mocht het leven altijd geuren
naar mahonia en zoete wijn
zo zittend in de zonneschijn
'k zou nooit meer ergens over zeuren
wat chips, muziek en een goed boek
twee wespen die mij totaal niet storen
ik kom tot rust, voel mij als herboren
voor eventjes geen moederkloek
de klok tikt verder op weg naar vier
dan druppelt iedereen naar binnen…
een wolf uit het Friese Gaastmeren
leende vaak van het schaap zijn kleren
hij vroeg aan zijn vrouw
ziet mijn tong nog niet blauw
ik pronk nooit meer met andermans veren…
dag jongste kuiken uit mijn nest
ook jij strekt nu je vleugels
waar hier en daar nog
dons op zit
je gaat de wijde wereld in
hing gisteren nog
aan mijn rokken
ik zie je gaan met een rugzak
vol met boeken
ogenschijnlijk te zwaar
dag kind
ga maar, maak je los
al doet het mij wat pijn
vlieg je toekomst tegemoet
en ik, ik zal de wind…
ik heb toegekeken
vanaf mijn prille jeugd
hoe de ene mens zich vormt
naar de ander
jouw gebogen rug
het kruipen op knieƫn
voor de lieve vrede
vergeet ik nooit meer
liever
zoveel liever
had ik je rechtop gezien
blijkbaar was je een
goede leermeester
je weet niet half
hoeveel ik op je lijk…
het zijn niet de dagen
die zo leeg zijn
het zijn de nachten
eenzaam koud
daar waar jij ooit lag
ligt nog je afdruk
waar ik precies in pas
soms krul ik me even op
en laat me dragen
door een kuil
in het matras…