Doodstraf. Bij het wegbrengen, tussen de veldgendarmen, keek ze me aan, kon ik haar even haar hand drukken. 'God behoede je, Jet.' 'Dank u.' En tegen de grijze barse geleiders: 'Nou kan ik toch zeker roken?' Meteen stak ze, dood-kalm, een sigaret op.…
In de rijen zag je ze staan voor de winkels, op gammele herenfietsen, een mannenbroek aan, zag je ze rijden, zonder banden, of met anderhalve band, met een lading hakhout achterop gebonden. In de vinnigste kou, 'anyhow' mits warm aangekleed, zag je ze op stap gaan, van Den Haag naar de Achterhoek of van Amsterdam naar het land boven Leeuwarden, soms…
Hij zei weer nièts. Pakte z'n bundeltje samen. Keek nog eens naar z'n bed. Met de glimlach van de vakman, die weet dat zijn werk goed is. Toen duwde hij de stalen bril omhoog op zijn voorhoofd, keek de briesende groene gestalten stil aan. En toen zei hij de enige woorden, die ik hem ooit hoorde zeggen. 'Sont-ils bêtes!' 'Wat zijn ze dom!'…
Een trieste dag was het, toen ze Banabéra kwamen weghalen. Ze snauwden en donderden van 'Schnell, schnell'. Hij humde 'Partir, c'est mourir...un peu?', maar hij glimlachte. Tussen twee Barbaren.…