De klas is kaal, de paar tekeningen
aan de wand zijn stuurs gekleurd
met een bevroren hand.
Een kluizenaar die wacht op een
verschijning, zo staart hij op uit
het correctiewerk.
Zij zijn de vogels die niet in
zijn landstreek horen - dwaalgasten
met geesten om de geest te
storen.
Het komt nooit goed,
hij zingt niet met ze
en de…
Een wereldbeeld ontsnapte ons
toen wij een halfrond vergden
om er alleen te zijn,
het andere bleven bewenen.
Wij legden achter ons leven
een tuin aan, ook een register
van allen met wie wij nog zouden
bijpraten, staren, verhelen.
Wij meden de liefde
en lieten de tastzin,
schreven hooghartig
de toekomst af.
Zoek ons niet meer,
wij…
Het kinderjurkje dat al is geweven
voor er romaans gedacht werd of gebouwd
bestaat. Het slaapt niet ver in een vitrine.
Veel nachtblauw heeft de stof bewaard.
De mouwen liggen uitgespreid,
zodat het nog gedachten kan omhelzen,
die in dat leven niet zijn uitgesproken
en van dat sterven niet zijn afgeleid.
---------------------------------…
De meest onmogelijke jaren
verstreken waar wij zelf niet waren.
Waar lang en hardop werd geschoten
woonden alleen de tijdgenoten.
Je hoofd in maanlicht - van opzij
een broos en teerbeschilderd ei -
is hoezo hier en heel gebleven,
in slaap en moe van overleven.
Lees in stations de gebiedende wijzen,
de zucht te genezen, de drang te…
Een vrolijke familie de pioenen,
van de bollebozen die geen leed verkroppen,
volle harten en onnozel, gulzig in de lippen,
sierlijk in verliefd gespreide vingers,
doende doende in het rond te zoenen.
Zomer wordt het nooit zonder pioenen
te bezingen, jou, mij, jullie en ook u,
regen die ze schudt, ieder dol en dommer
van de lente, terwijl schoenen…