Ik reis op gevleugelde wolken, gevuld met heel veel liefde.
En gedachten, die mij volgen naar waar geen tijd is.
Ik was anders, toch was ik speciaal!
Nu rust ik op dit bed van liefde.
En zie omlaag, naar waar deze liefde groeit.
Blauwe luchtbalonnen brengen het naar mij.
Ik zweef naar een heerlijk oord vol prachtige bloemen,
Geschonken…
In velvet roze
welt parelwit een traan
Elegantie op.
Bloemrijk haar blos
Sprankelt`t in zonnegloren
Zo liefde verwoordt.
Verbergend schoonheid
Siert haar glans`t tranendal
Door weedom gesmoord.…
Een kolkend woest schuim
walst uitzinnig op golven
donderend majem.
Onder kil maanlicht
opgezweept door herfstwind
beukt de watergeest.
Zijn titanische strijd
ritueel tijd gebonden
blussend door zege.…
In de geest met mij
fluisterend met zijn lover
troont de statige eik.
Aaneen elk blad
geeft hij zijn koele schaduw
een zucht beroert hem.
Zwoele zachte wind
aan de rand van stilte
een mystiek geluid.…
Zacht roze en piepklein,
verwarmde jij ons hart.
Een helder licht verscheen,
Toen jij de liefde bracht.
Helaas kon jij niet blijven,
je licht scheen slechts een dag.
Ik zal je steeds gedenken,
Tot ik je volgen mag.…
Verwacht kwam hij ter aarde,
een belofte met een taak.
Deze ziel kwam wederom leren,
zich inzetten voor een goede zaak.
Toch verliet hij `t pad der deugden,
negeerde zijn innerlijke stem,
viel voor slinkse geneugten,
ontbrak elk gevoel van eerbied hem.
Lang zal hem heugen, de dwaler,
die strooide zijn valse zaad.
Verteerd door onmacht…