Als je rijm goed gebruikt heeft het iets extra’s. Het zijn allemaal invallen. A. Roland Holst noemde zoiets ‘een fooi van God’. Je stuurt natuurlijk wel zelf, en je moet blijven piekeren tot je het goed gezegd hebt. Maar toch krijg je vaak een fooi van God.…
Mijn zoon, er zijn in de wereld gogen en logen te over,
larielijders allerlei, killers en kaalslagers.
Er zijn zoveel moegemaakten, klemgeraakten;
uitgereisde roer-me-niets, murw, nurks en stuk op hun stek.
Er zijn patsers en paljassen plenty, vele lepe strebers,
regelneefjes en meters van Nut.
Alles hier rept en roert zich, maar in het gedaver…
Bij het gammele landhek,
groen uitgeslagen, vermolmd.
Altijd wel een, namens de weide,
die je begroet.
Tweeponder tong
die je hand likt.
Een walm uit de bek
recht uit de lebmaag.
Strontvliegen en dazen
met geen staart weg te slaan.
Wel erg ver van de oeros geraakte
lobbes van een lady,
nog een eeuw fokken en krachtvoer
en je…
deze mensen
zij zullen zeventig
jaar worden
weer andere veertig
daarna
in hotelkamertjes
ziekenhuizen
op de heide als
de zon schijnt
zullen zij
stuk voor stuk sterven
zonder zich te realiseren
dat ik het voorspeld heb
-----------------------
uit: 'Zoals wij', 1965.…