Land van kroket en kaas
van bistroos, boerenkool
en sjuu met ossenhaas,
waar muren eten geven,
waar pils zo flets en klein is,
waar gastronomen sneven,
en Trijntje aan de wijn is.
O Vaderland!
O Nederland!
O nee, nee, nee, nee,
Nederland!
Nee.
Land waar het hele volk
de taal van Sjeekspier blaat,
thuis, in de trem, op straat:
Guts…
Er zit een gat in het blad. En het is krom.
Het heeft gewerkt en zij heeft laten werken.
Eenkennig werd zij nooit. Veelgodendom
van sap en bier en bloed was altijd welkom
binnen de kringen van haar heiligdom.
Haar stutten zijn geen zuilen. Het zijn poten,
viervuldig hun geloof, maar steeds oprecht.
Wat niet beweegt is wat het beste vecht.…
Waar ik bij de Belgen van hou is die verrukkelijke zin voor anarchie, die afkeer voor het instituut. Wat ik bij hen zo verafschuw is het feit dat de anarchie zelf een instituut wordt.…