door mijn lichaam, zegt ze, zwerft een slaap, zegt ze
die al door het lichaam van mijn vader zwierf.
dagelijks werd hij op zeker ogenblik
in een nis gevouwen, en zegt: daar lag hij,
zijn leden zelden gemakkelijk geplooid
in de onverstelde, vale jas van slaap.
zijn gezicht en handen absorbeerden licht.
adem haalde hij sporadisch onder uit…
kind voorbij de vloedlijn
ingegraven, wacht de storm
loop van golven bij wind
stil weer, hijzelf betrekt
geen stelling, hij foerageert
tussen duin en schuimrand
zeevlam verteert helmgras
verkilt hem. hij blindganger,
hoort de vloed. hij keert en
keert, rent. voor zijn voet blijft
wat van het strand rest: verkoold
wrakhout, zuigend aszand…
zet dit, mijn wijnglas water, voor het raam
en laat het staan, laat het water staan
tot u er niet langer door kunt zien, daardoor
echter, in de welving van het glas
om het water, wel het herfstlicht zilveren ziet
laat het nog een wijle staan, nee, afblijven, laat het staan
tot u door het opgehelderd water opnieuw het glas
niet ziet en door…