en voltrekt zich, werkelijker
dan werkelijk, voor mijn ogen het wonder, nu tot driemaal toe
door hectaren stengels tegelijk een heel licht
schokken gaat…
Ik denk dat de poëzie schuilt in het gecomprimeerde karakter van het geheel. Er is van beeldspraak [in het besproken gedicht, red. WH] vrijwel geen sprake, maar ik wil het zó zeggen dat de beeldspraak overbodig wordt, dat het gedicht het beeld zelf wordt. In dat opzicht onderscheidt het zich van proza.…
't Houtwerk op de tribunes te nat om te gaan zitten
zuigen z'n banden zich vast aan 't cement van de baan
drassig 't middenterrein, mannen in groepjes bij elkaar
met blinkende velgen zet hij aan als voor een scherpe sprint
niet de motregen, de motregen alleen maakt die enorme vleugel
van zeildoek of geolied papier boven z'n hoofd zo hopeloos…