Vaak trokken wij met onze roversbende
op woensdagmiddagen de polder in;
kruistochten naar het eeuwig onbekende,
achter de dijk, achter de grijze kim -
Wij droegen touwen, riemen, houten sabels,
bouwden een fort van klei en zoden gras;
geloofden grif de vlot verzonnen fabels
over een vijand die in aantocht was,
maar die niet kwam en nimmer…