Lief, laat op uw schoon gelaat 't teken van de doemslag schrijven. Denk eraan, dat gij vergaat, dat het tederste aller lijven door het onverbiddelijk kwaad aangetast, niet zo zal blijven, dat de liefelijkste leden, mildste borst en hoogste hals, schoot volmaakt gegolfd en mals, modder worden, godin, als uw voos lichaam, lang aanbeden...…
Ik zie een jongen naast een meisje lopen,
hij kust haar en zij lacht om het geval.
Genadige dood! Zij kirren en zij hopen
zij zien het kind nog niet dat hen begraven zal.
------------------------------------------
uit: 'Verzamelde gedichten', 1986.…