Bij al ’t plondren, bij het vernielen,
Bij het weiden van het zwaard,
Bij de duizenden die vielen
Door de dwingeland der aard’,
Wiens gevloekte vuist niets spaart –
In dees hartverpletbre dagen,
Waar geen bloemtje bloost aan ’t blad,
En, in plaats der rozenvlagen,
Weemlend langs het bruiloftspad,
Merg en bloed de weg bespat –
Voegen zich…
Neen! ’t mensdom is nog niet verloren!
Nog zijn er sterren in deez’ nacht,
Waar ’t ranke bootje hulp van wacht!
Weldadigheid doet nog haar stem aan de aarde horen.
Die bloem, geteeld uit godlijk zaad,
Spreidt nog haar geur in Neêrlands luchten;
En hoe het mensdom ook moet zuchten,
Zij blijft ons hart ten toeverlaat.
Verdelger! schiet vrij…
Het misdrijf doet Europa beven;
’t Verraad, alom ten troon verheven,
Voert de oorlogsdonders brullende aan;
Doet duizend duizendtallen sneven,
En hof en stad in vlammen staan;
De huisman moet zijn erf begeven,
En op uitheemse grond schier van gebrek vergaan;
De krijgsknecht wordt in ’t woên gesteven;
De landman, vloekend voortgedreven,
Wordt…