Alle inzendingen van Jacob+Winkler+Prins

10 resultaten.

Sorteren op:

Wolkbreuk

verwijderd item
Er is nog niet op deze inzending gestemd.aantal keer bekeken 0
In een wilde suizelende wieling Gudst volmondig, als een zee van droppen, Dampgordijn van water, stralen-stroppen, In één lange door-elkander-krieling; Overstelpend alles, wat in knieling Angstig neerligt en de bange koppen Onder vlerken als beschutting stoppen Voor de nader komende vernieling. Neergegeseld ligt smaragden klaver, Platgeslagen…

GARNALEN-VISSERS

verwijderd item
Er is nog niet op deze inzending gestemd.aantal keer bekeken 0
Oude paarden schudden met de bekken Boven ’t schuim: ze slepen ’t net ter ree*. Vissers rijden op de ruggen mee, Doen hun best het paard tot moed te wekken. Zie, men keert… en de oude dieren trekken, Nu de vissersjongen roept: hoi hé! ’t Wriemelend net ten leste uit de zee, Zó, dat borst en dijen zichtbaar rekken. Blonde jeugd staat bij…

Duikerklok

verwijderd item
Er is nog niet op deze inzending gestemd.aantal keer bekeken 0
Onhoorbaar zinkt de klok van klaar kristal, En binnen-in zit ik. Al dieper zinkt hij …. ´k Glij marmerstammen langs, albast gebloemt; ik glij Langs rozerood koraal naar ´t diepe dal Tot op de bodem. Nu eerst klinkt geschal Van ammonshoorn en turriliet om mij; Nu zingt versteende bonte bloemenrij Met zilverstem in zoete tonenval. Een lichte…

Plombenblad

verwijderd item
Er is nog niet op deze inzending gestemd.aantal keer bekeken 0
O, plompenblad, dat schommelt Al op en neer als ’t water deint; Doch groener nog dan ’t kroosveld schijnt, Wanneer ge er opsteekt overeind, Tot gij verzinkt, verschijnt, verdwijnt, Als ’t onweer, nu het daglicht kwijnt, Schor rommelt! O, groene bies, bewogen In de onbewogen avondlucht Door ’t vallen van een beukenvrucht, Door ’t suizen van…

BUITEN EN BINNEN

verwijderd item
Er is nog niet op deze inzending gestemd.aantal keer bekeken 0
’t Is met de verzen van de dichter Als met zijn huis, dat ge in wilt spiên*: Al schijnt de zon, al blinkt het licht er, Kunt ge in ’t voorbijgaan weinig zien. Ge ziet van buiten door ’t gordijntje, Zo tussen hor en valgordijn, Van ieder voorwerp slechts een schijntje, Een onbepaalde schemerschijn! Leest gij zijn verzen zo eens even, Zo…

Diep

verwijderd item
Er is nog niet op deze inzending gestemd.aantal keer bekeken 0
In 't diepste diep ligt het gezonken schip…. Diep ligt het schip in 't onderzeese dal. De groene zeeplant slingert overal Haar rank 't salon in; slingert zelfs haar tip Hoog langs de mast op, rond de ontblote rib. Zij slingert óp zich tot de gouden bal Van wat de vlagstok was, kruipt door de stal En woekert welig in het vette slib. De…

Werking der muziek

verwijderd item
Er is nog niet op deze inzending gestemd.aantal keer bekeken 0
Wat is mijn hart toch, Wanneer gij, o klanken, Mij met geluid overspuit Uwer spranken? - Is het een gaarde, Waar bloemen, die bloeien, Daar 't felle steken der zon bezweken, Van dorst verschroeien? - Is het een bloemperk, Waar goudgele bijen, De geuren stelen der paarsfluwelen Violen-reien? - Is het de boekweit, Waar hommelhorden…

Weerspiegeling

verwijderd item
Er is nog niet op deze inzending gestemd.aantal keer bekeken 0
Grimmig snellen rondgerolde wolken, Eindeloos grote kluwens, aan door ’t blauw. Doodse stilte! Toch, ze naadren gauw, Scherp weerspiegeld in de molenkolken. Schelle fonkling van miljoenen dolken; Dan de donder; en, van regen lauw, Schudt de wind de hechte molenbouw, Loeit het rund, dat wegvlucht, ongemolken. Zuiver, als geslepen edelstenen…

Uit mistig grijze morgenstrepen

verwijderd item
Er is nog niet op deze inzending gestemd.aantal keer bekeken 1
Uit mistig grijze morgenstrepen, Een onbewogen meer gelijk, Verschijnen vormeloze repen: 't Zijn bomen op een hoge dijk. Nu 't lichter wordt, zie ik iets blinken Als sikkels, opgaande uit de mist; En klokjes hoor ik droomrig klinken: De herder met zijn koeien is 't. En meer en meer komt 't groen der weiden Te voorschijn uit de morgendamp…

Bui

verwijderd item
Er is nog niet op deze inzending gestemd.aantal keer bekeken 0
Grimmig snellen rondgerolde wolken, Eindeloos grote kluwens, aan door ’t blauw. Doodse stilte! Toch, ze naadren gauw, Scherp weerspiegeld in de molenkolken. Schelle fonkling van miljoenen dolken; Dan de donder; en, van regen lauw, Schudt de wind de hechte molenbouw, Loeit het rund, dat wegvlucht, ongemolken. Zuiver, als geslepen edelsteenen…