6 resultaten.
Verrassing
verwijderd item
Er is nog niet op deze inzending gestemd.
1 Spijtig* Klaartje zou zich baden
Moedernaakt in ene beek,
Die langs klavere boorden streek,
Overschâuwd van wilge-bladen;
Grage Reinoud zat en keek,
Watertandend door de rietjes;
En hij riep eens zoet met een:
Nog wat dieper, tot de knietjes;
Daar mee droop zij schaamrood heen.
----------------------------------------
Spijtig - ongenaakbaar…
De Morgenstond
verwijderd item
Er is nog niet op deze inzending gestemd.
1 ô Welkom, schone Dageraad,
Die uit een gulden kamer gaat,
Met glans van held're stralen;
'k Ontsluit mijn venster voor uw licht,
Om met een vrolijk aangezicht
U minnelijk in te halen.
Gij wacht niet als ik open doe,
Maar dringt teneerste mild'lijk toe;
Ja, eer ik kom t'ontsluiten,
En nog in 't nare duister zij,
Zo staat en wacht gij al…
Op het schoon zingen van juffer Appelona Pijnbergs
verwijderd item
Er is nog niet op deze inzending gestemd.
0 In 't rijzen van de koele dag,
Als ieder nog te slapen lag,
Zat Appelona, die ik zag
- ‘t Zijn mij geen dromen –
In de schaduw der bomen
En streelde een luit,
Terwijl zij uit
Een heldere boezem zong.
Stil hield de tong,
Die ’t geveert’*
Van het hele woud braveert*.
Het zingen,
’t Springen,
’t Fluiten,
‘t Tuiten
En ‘t zwieren,
Gieren…
Bedwongen sterker
verwijderd item
Er is nog niet op deze inzending gestemd.
0 Als enig ding de loop des waters wil beletten
’t Zal maken groot getier
waar ’t anders vloeide stil:
Zo de fortuin of iets de Liefd’ verhind’ren wil
Hij gaat met meer gewelds zijn kracht daar tegen zetten.…
DE LIEFDE BOUWT EEN HEMEL
verwijderd item
Er is nog niet op deze inzending gestemd.
0 Nimphje, als ik 'er uw oogjens zo zoet,
Zo lief, zo lodder, vol heldere gloed,
Bekijke, zo vliegt 'er mijn zieltje gebuid
Op wiekjens van zuchjes ten aderen uit.
Dan blijft het hangen als 't bijelijn doet,
Aan kaakjes of lipjes, vol gloeiend bloed,
Of kropje, dat, zacht op en neder geaamd,…
Air
verwijderd item
Er is nog niet op deze inzending gestemd.
0 Droom is 't leven, anders niet*;
't Glijdt voorbij gelijk een vliet,
Die langs steile boorden schiet,
Zonder ooit te keren.
D' Arme mens vergaapt zijn tijd,
Aan het schoon der ijdelheid,
Maar* een schaduw* die hem vlijt,
Droevig! wie kan 't weren*?
D' Oude grijze blijft een kind,
Altijd slaap'rig, altijd blind;
Dag en ure,…