Hij was een stille, zeer bedeesde man,
die hield van bloemen, dieren en insekten
totdat het warme gras zijn lichaam dekte:
't is nu gedaan met de heer Nijlen (Van).
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
uit de Verzamelde Gedichten (1964)/ Jan van Nijlen (1884-1965)…
Alles had ons moeten scheiden,
alles bracht ons tot elkaar;
van een grondeloos verblijden
werd de najaarshemel klaar.
Nooit in 't bitterste uur van lijden
vroeg het hunkrend hart: tot waar?
Alles had ons moeten scheiden,
alles bracht ons tot elkaar.
Liefde die geknecht moet strijden
wordt eens luide en openbaar;
eens dekt ons dezelfde…
Nu alles faalt, heeft dit alleen nog waarde
Voor mij, die nooit één waarheid heeft ontdekt;
Ik zal van U niet scheiden als deze aarde
Mijn pover lichaam dekt.
Ik heb maar één geloof: nooit gaat verloren
Wat eens de liefde zalig heeft bevrucht,
En waar er twee elkander toebehoren
Is zelfs de dood geen vlucht.
- - - - - - - - - - -- - - -…
Een grijze middag in 't begin van mei,
een klein café 'Au Voyageur' geheten,
in wolken rook rijdt soms een trein voorbij…
Wat doe ik hier? De hemel mag het weten.
Van de oude dromen, die ik dacht vergeten,
voel ik de vleugelslag opeens nabij;
reeds deze morgen wist ik mij bezeten,
is het lente, of ligt de schuld bij mij?
Sedert de tijd…
Bestijg de trein nooit zonder uw valies met dromen,
dan vindt ge in elke stad behoorlijk onderkomen.
Zit rustig en geduldig naast het open raam:
gij zijt een reiziger en niemand kent uw naam.
Zoek in 't verleden weer uw frisse kinderogen,
kijk nonchalant en scherp, droomrig en opgetogen.
Al wat ge groeien ziet op 't zwarte…