Toen radio's nog bakken waren
kon je op hun dashboard reizen,
kon je naar verlichte steden.
Al die steden, mooi op rijtjes,
kwamen door de kamer kraken,
bazelden met blikken bakkes
en bedoelden te bedoelen.
En wij hoorden, met de oren
bloot getrokken door een knipje,
mannenklanken zonder hoofden.
Kruissteekhandwerk broeide
op…
Nergens wind. Toch hield een man een vrouw
stevig beet, een vrouw een kind. De beentjes
bewogen zelf. Daarboven aan touw een ballon
als een vis. Daarboven de zon, laaiend.
Het kind hield de vis niet meer. Keek hoe hij
steeg, zwaaide hem na. Wat is er? Wat is er?
De man liet de vrouw los, holde de lucht in,
haalde die helemaal leeg.
-----…
Die wachtte was te goed in doodverzinnen.
Weghelften weg, begroeide grond verschoven,
meren gezwollen, als bij wie ver, met
tijdelijke namen, in de slaap verrast.
Die wachtte dacht een strand, had zich
in zand verpakt, nat zand dat plakte,
hoofd eruit, een hand om plat te slaan,
dat elke vrouw beschreven in een mal.
Pak dit maar uit. Stel…