Kantelend licht. De avond is een kaars
die over haar gezicht een eiland legt.
Landschappen varen voorbij en zij is het
laken waarop nu alles wordt gezegd.
December. Bloemen klampen ramen aan,
broodkruim lijnt de perken af, verstikt
hun zucht. Het huis stokt in de kelen staan
de klinkers amper overeind. En ik vlucht
naar haar hals waarop…
Laat hier geen twijfel over bestaan, dit huis
zal bouwval worden met de grond gelijk
ook dit gedicht. Omdat ik stenen met een zin
en met cement elk voegwoord vergelijk,
de gangen met mezelf en daar dan in
verdwalen. Ramen, trappen, deuren, in en uit
van kinderen die bij hun moeders blijven
zwijgen, in de tuin een schrikbewind van kruid.…
Meisje van zeven bouwt wereld op
dezelfde tafel uit als de mijne,
peutert met stenen, huis in een huis
en praat zoals ik op papier met pop.
Zij oefent in wit, dagelijks brood
en kan daar niet genoeg van krijgen.
Dat doe ik ook, spaarzaam, in verzwijgen
en hoe dit wennen is aan dood.
Kom niet dichterbij, zegt zij, ik speel
en maak wat niet…