Mijn Burgerschool-jaren werden gekenmerkt door een steeds klimmende angstvalligheid tegenover het vrouwelijke geslacht, gepaard aan een groeiende afkeer van mannelijk gezelschap. Ik werd al schuwer en schuwer, voelde me alleen in de eenzaamheid op mijn gemak en besefte toch, dat ik mijn dorst naar genietingen van allerhande aard nooit in deze eenzaamheid…
In welke fase ik dus verkeerde, de vrouw werd het overheersende beeld van mijn mijmeren en naarmate ik haar heviger begeerde, ging ik haar schroomvalliger uit de weg. In mijn kalme morgenstemming lag daaraan de vrees ten grondslag, dat ze mijn lust - die ik verboden, gemeen achtte - in mijn ogen zou lezen; in mijn schaarse ogenblikken van opwinding…
Zulke feestdagen waren voor mij marteldagen. Dan hoorde ik de andere jongens spreken over hun wedijveren, dat mij koud liet, over hun grappen, waaraan ik geen deel durfde nemen en nooit voelde ik mij eenzamer, meer verstoten dan in het gezelschap van mijn tijd- en tot zekere hoogte lotgenoten. Ik stond buiten alles en, terwijl ik me verbeeldde met mijn…