Ik sliep op de bank en ging verder van huis dan ik ooit ben geweest. De volgende ochtend: je lacht. Zie je wel. Zo lachte je nog nooit. Je hoofd is er vreemd van. 'We gaan op reis we nemen de boot naar Dover vanuit Calais daar gaan we garnalen vangen in de haven.' Daar gaan we. Heel graag. Maar zeg me. Als ik altijd bij je blijf, waar moet ik dan slapen…
Een leven is zo groot
als een lichaam dat trager
in bed zakt. Vlak boven de grond.
I
Ik wil voor haar een tekening
maken. Wat zal ik tekenen,
een zee? Hoe berekenend
moet ik zijn. In de weigering
van haar voet zie ik steeds meer
dan traag bloed alleen. De aderen en de vaten
vernauwen zich naarmate ik haar dichter
nader. Een kind,…
De stad draaide zich om
toen ik omkeek. Neem me niet kwalijk
ik dacht dat je een ander was.
Ik heb een goed scheldwoord,
een kwalijke kraal op mijn tong.
Ik knip een gestreept hart van papier,
Durf ik niet dat ik je nodig heb?
De wereld is moe en op de blauwe lijnen
in een schrift is het koud.
Eerst sliep hier nog een man.
Nu staat…
Het is hier groen, het rimpelende water, de bomen en de banken
en een stengel met een kleine paarse bloem. Hij weet het niet
zeker. Thuis heeft hij een witte zwaan in de keuken van porselein.
Rozen van pastic in een rode vaas, een blauwe bloem
op zijn beker, de koffie is altijd warm. En kringen
op het tafelkleed. Soms komt Nora binnen. Ze is wit…