Ik vloek de dag dat mij voor ’t eerst verblijd
het licht heeft dier verraderlijke ogen;
en ’t uur dat ge in mijn hart gekomen zijt
en hebt er mijn ziel ganslijk aan onttogen!
Ik vloek de vijl van mijn kunstvaardigheid,
die blank sleep al dier schone woorden logen,
die ’k voor u vond en heb in rijm gerijd,
opdat men eeuwig u zoude eren mogen…
Eens had ik bloemen lief en was om ’t springen
Van beekjes blij zoals een eenzaam kind;
En dromend zocht, en onder spel en zingen,
Ik ’t leven door naar wat ik nimmer vind.
Mijn waarheid zocht ik en ik droomde een logen;
Om ’t eigen zelf heb ik mij zelf bedrogen.
Ik heb verlangd naar lippen die mij kusten,
Naar ’t lachen van een diep geliefde…
Waar ik mij wendde is heel het woud betoverd:
Onder de stammen spreidt een glanzig trijp*
Van ijsmos en de ruiselende rijp
Heeft wonderlijk weer boom en struik geloverd.
Roerloze rust omfloerst het wit gewemel:
Kristalbos op een dik-bevroren ruit
Gelijkt het woud, en wind noch één geluid
Beweegt de bleke stilte van de hemel.
De grauwe berg…
Heet mij niet vals en trouweloos
Wanneer mijn arm, verdolend hart,
Van zorgen moe en blind van smart,
Een waanbeeld voor uw waarheid koos.
Ik heb u lief, nu en altoos,
En of mijn droef en moede hart
Bij andren rust of eenzaam mart*
Om u: gij zijt mijn liefde, altoos.
En zagen…