Het licht verzand, de hoop gestrand,
wij voeden ons met as.
De dood verbant, het lijden brandt,
en niets is wat het was.
Maar telkens klinkt er weer een woord
waarin een nieuwe toekomst gloort;
geef dat iemand die het hoort
zijn kansen niet uit angst vermoordt,
maar luistert.
Het kruis zal bloeien als een roos,
en niemand raakt verloren…
Als de dood nĂș was gekomen
had ik hem begroet als een jongere broer,
die Twist en Shout wil horen als ik
de Negende Symfonie van Mahler op heb staan;
en met een glimlach had ik aan de dood
mijn plaats afgestaan, en was ik licht, zo licht
gestorven, och, zoals
het bevroren oppervlak van sneeuw zich breken laat.
De glimlach, die wij op dingen…